Verkenning van een land-schap

Trivialiteiten en andere waardevolle verhalen gesprokkeld langs Vlaamse Ardennen wegen.

zondag 11 augustus 2013

Herzele (B) - Herzele (FR)

Toen ik enkele jaren geleden op de kaart van Noord-Frankrijk op zoek ging naar het stadje Bergues - na het zien van de film 'Bienvenue chez les ch'tis' - viel mijn oog op Herzeele, een gemeente van ongeveer 1400 inwoners tussen Wormhout en Houtkerque. Zelf woon ik in Herzele, Oost-Vlaanderen. Mijn bijzondere aandacht was, u begrijpt het wel, meteen getrokken. In mijn hoofd ontstaan op zo een moment allerlei scenario's. Als fervent wandelaar speelde ik al jaren met de gedachte om de getuigenheuvels in de Vlaamse Ardennen te voet te verkennen, maar het gezin, het werk en allerhande bezigheden - waaronder ook enkele nobele - weerhielden mij om de tocht daadwerkelijk aan te vatten. Tot er plots iets kantelde in mijn hoofd, iets heel helder werd waar het uren wandelen mij zeker heeft bij geholpen. Herzele - Herzeele liggen ongeveer op 145 km van elkaar, een afstand die mits je er de nodige tijd voor uittrekt, voor een wandelaar perfect haalbaar is. Bovendien ligt de kortste route van Herzele naar Herzeele ongeveer over de getuigenheuvels van de Vlaamse Ardennen en Heuvelland. Dochter op kamp, echtgenoot een grote behoefte aan een alleen-moment om muziek te componeren, dus kon ik alle voorbereidingen treffen om solitair naar Herzeele te wandelen. De trip werd opgedeeld in etappen van ongeveer 15 tot 25 à 30 km, wat zou neerkomen op een tocht van 5 à 6 dagen. Te lang voor mijn gezinsplanning, dus besloot ik een deel te voet af te leggen en een deel met het openbaar vervoer. Wat volgt is het relaas van een 3-daagse wandelbeleving. Eindelijk.

Dag 1: dinsdag 2 juli 2013

6u30. Ik vertrok vroeg in Herzele om te ontsnappen aan het heetst van de dag en om tijdig in Ronse toe te komen zodat ik nog kon genieten van de rust en het uitzicht van Huis Minne, de wondermooie eclectische B&B aan de Muziekberg die met creatieve hand in goede banen wordt geleid door Brigitte Minne. De 25 geplande kilometers werden er uiteindelijk 34, onverantwoord voor mijn conditie, mijn gezondheidstoestand (astma) en de hoge temperaturen die de laatste dagen werden genoteerd in Ukkel en de rest van Vlaanderen. Door het flirten met twee routes (Grote Routepaden en het wandelnetwerk Vlaamse Ardennen) had ik niet alleen het traject mooier gemaakt maar ook de afstand verlengd. De schoonheid, de stilte en de eenzaamheid onderweg hebben de herinnering aan de zware fysieke inspanning echter uitgegomd. Ik wandelde van Sint-Antelinks over het Grote Routepad naar Sint-Maria-Lierde en Brakel en schakelde over op de bewegwijzering van het wandelnetwerk. De extra kilometer waren op dat moment nog geen probleem, integendeel. Op de grens tussen Lierde en Brakel stapte ik door het Kloosterbos en langs verschillende natuurgebieden van Natuurpunt. Verwonderd was ik door de stilte en door de afwezigheid van mensen. Hoe adembenemend was het gevarieerd landschap met zijn kleine boscomplexen en open heuvelruggen waar het uitzicht ongewoon uitgestrekt is voor suburbane gebieden. Wie denkt dat Vlaanderen alleen maar druk, druk, druk en volgebouwd is, moet de wandelschoenen aanbinden en in zijn of haar eentje de Grote Routepaden en de wandelnetwerken verkennen. Ik heb een hele dag gestapt en amper een handvol mensen geteld. Van zodra je de verkeerswegen verlaat en onverharde wegen kiest, vertraagt je beleving en valt alle geluid weg. Een ervaring die je enkel met jezelf als gezel kunt ontdekken. Alleen het ruisen van de bomen en mijn voetstappen kon je horen. Om alle menselijke verstoring uit te schakelen kwam ik tot stilstand en hield ik mijn adem in. Ik wandelde verder zonder een woord te zeggen langs de Buistenberg en via Livieren- en Brakelbos. De klim langs de Kanarieberg, de passage langs de Geuzentoren en door het Muziekbos waren ongemeen hard. De laatste 3 kilometer verbleekte mijn gebrande huid en bracht mij in een fase van pure doorzetting, ontkenning en overlevingsdrang. Ik was tien uur onderweg geweest. Mijn honger was verdwenen. Net voor Huis Minne in zicht was, ontmoette ik drie wandelaars die bezorgd polsten of alles wel ok was. Ik was ok, vooral in mijn hoofd.

Dag 2: woensdag 3 juli 2013

Door toevallig- en aardigheden was ik genoodzaakt mijn plannen te herzien. Het ontbijt en het keuvelen met Brigitte had mijn timing prettig verstoord. De klok gaf kwart voor negen aan vooraleer ik de eerste stappen zette richting Kluisbergen. Nog voor ik de straat uit klom, was ik genoodzaakt mijn regencape tevoorschijn te halen. Gelukkig had ik hem voor alle zekerheid helemaal bovenin mijn rugzak gestopt. Ik wandelde zigzag door het landschap omdat ik onverharde wegen verkoos. Het natte gras stond heuphoog en mijn broek werd kletsnat. Ik duwde mij vooruit met de regen op kop en de wieken van de windmolen in mijn vizier. Achter mij een landweg met een spoor van een wandelaar. Omdat niet de kortste weg tussen twee punten, maar de meest landelijke mijn doel was, arriveerde ik na twee uur stappen opnieuw in Ronse. Weliswaar aan de andere kant van de stad, maar desalniettemin. Had ik even mijn verstand gebruikt, dan passeerde ik hier al enkele uren eerder. Ik had dan wel de Hemelberg en Wittentak gemist, een solitaire kapel in een weide op de noordwestflank van Ronse. Eens Ronse verlaten, schreed ik verder richting Kwaremont. Ik koos voor onbekende wegen beneden de Ronse Baan. De Folderstraat, een wandelroute bewegwijzerd en heraangelegd door het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen geniet mijn absolute genegenheid, een parel van een pad. Gelukkig was het ondertussen opgehouden met regenen. De tocht liep slepend verder: asfalt, drukke kruispunten, veel te dure huizen annex veel te zware auto's. Deze passage leerde mij dat de indrukken opgedaan als je een dorp nadert, vaak niet overeenkomen met de binnenkant van een dorp. Niets is wat het lijkt. Voor mij alweer een bewijs van de subjectiviteit van het landschap. Alles hangt af van je invalshoek en ervaring. In Kwaremont was het niet evident om in het midden van de week een eetgelegenheid te vinden. De mensen van de Pupiter - vroeger een eethuis, maar sinds kort een vakantieverblijf voor zorgbehoevenden - konden mij een sobere maaltijd aanbieden tegen een sober bedrag. Perfect. Mijn voeten waren niet bestand tegen het tempo en de afstand en lieten me weten dat ze niet akkoord gingen met nog veel meer kilometers. Ik besloot in Berchem de bus te nemen tot in Oudenaarde en vandaar een deel van mijn tocht verder te zetten met de trein. Gsm, smartphone en gps zijn eerder een last dan een zegen voor mij, maar in deze omstandigheid was ik blij met de geboden mobiele toepassing, ik kon mijn busrit met sms betalen. De rit Oudenaarde-Ieper verliep in stilte, zoals ik ze had gepland in mijn hoofd. Oef.

Dag 3: donderdag 4 juli 2013

De vermoeidheid viel best mee. Ik was vroeg gaan slapen, had een goede nachtrust achter de rug en was overtuigd dat ik het laatste deel van mijn tocht probleemloos zou afleggen, vooral omdat ik beslist had de wandelafstand in te korten. Ik had deze keer wel mijn verstand gebruikt en besloten om het deel Ieper-Poperinge met de trein af te leggen. Hierdoor kon ik min of meer uitslapen en rustig ontbijten met de overige gasten van de B&B. Ik ontmoette en Engels jonge vrouw die de opdracht had gekregen een compositie te schrijven in het kader van de vieringen rond 100 jaar Groote Oorlog. Ze was in Ieper om indrukken op te doen, In Flanders Fields en enkele begraafplaatsen te bezoeken. Een bevreemdende ervaring te merken dat mijn doel niet in het minst te maken had met het reisdoel van de Engelsen, Canadezen en Australiërs die mee aan de ontbijttafel zaten. De opdringerigheid van de Canadezen dreef mij verder. Ik begroette allen en zij wensten mij een behouden tocht. Eens in Poperinge aangekomen ondervond ik moeite om de juiste richting te vinden. Ik kocht mij een nieuwe kaart van het wandelnetwerk Hoppeland Dertien knooppunten moest ik nemen vooraleer ik Watou bereikte. Onderweg leerde ik de waarde van het dorpscafé kennen. Ik had dorst en wou rusten, maar ik was amper een rustplaats tegengekomen onderweg, zelfs geen bankje. Weinig onverharde wegen, wel uitgestrekte velden, grootschaligheid, ruilverkaveling, oorlog, poelen ontstaan door de zware inslag van een bom. Het cafeetje dus,ik wandelde een deur binnen aan de overkant van de Sint-Janskerk. Een dame van gezegende leeftijd bracht mij een Coca Cola. "Alleen op stap?" Als ik al mensen onderweg was tegengekomen, was dit de zin die ze schijnbaar onderling hadden afgesproken om mij te vragen. Wat volgde op mijn antwoord heb ik niet meer verstaan. Ik rekende af, zocht het toilet op het binnenkoertje op en stapte daarna de deur weer uit. Toen ik in Watou arriveerde had ik een onwaarschijnlijke honger, maar de eetgelegenheid op de hoek van het gemeenteplein zat beladen vol. De dag nadien opende het Watoufestival. Ik kreeg een tafeltje toegewezen waar ik enige tijd wachtte. Toen ik eindelijk de gelegenheid kreeg vroeg ik de kelnerin of het lang zou duren. Ze keek me boos aan en zei 'ja'. Ik antwoordde dat ik me had vergist, nam mijn rugzak en vertrok opnieuw. Er stond wat verder een deur van een café open waar slecht één man met zijn rug naar de toog zat. De jazz die tot buiten klonk en de platenhoezen aan de muur zogen mij naar binnen. De man vroeg: "Alleen op stap?" Hij bleef koel bij mijn "ja, gelukkig" en er ontspon zich een gesprek waaruit ik een schouderklopje kon opmaken. "Je wil naar Herzeele? Te voet? Vandaag nog?" "Ik wil voor 18u terug zijn want ik bestelde een belbus om terug naar Poperinge te gaan"...Stilte..."Je kan liften". "Heb ik nog nooit gedaan". Stilte. "Als ik voor 18u terug geraak, kom ik nog iets drinken". "Doe dat, veel succes". Ik stapte van Watou naar Houtkerque en arriveerde meteen in een andere wereld. Het grenscafé heb ik links laten liggen. In Houtkerque heb ik tevergeefs een bus halte gezocht, mijn lichaam zei stop. Ik stak mijn duim uit, ijsbeerde heen en weer, ging al een eindje op stap richting Herzeele, kwam terug naar Houtkerque omdat paniek de kop opstak. Dit zou toch niet waar zijn. Zou ik de laatste kilometers niet halen? Ik besloot om nog een auto te laten passeren en nog één keer te liften. Als het niet lukte zou ik terugkeren naar Watou. Ik stak mijn duim opnieuw uit. "Vous alez jusqu'a Herzeele?" De jonge man bleek uit Bergues afkomstig te zijn. Om 15u34 zette hij mij af op het gemeenteplein van Herzeele, commune en Flandre Francaise. Ik bleef in stilte achter, keek rond mij en stapte te voet terug naar Watou waar ik onverwacht om 17u de bus kon nemen naar Poperinge. De man zat nog steeds met zijn rug naar zijn toog. Ik begroette hem in gedachte.

woensdag 1 mei 2013

Ik dans en ik dans
alleen in mijn hoofd
Ik dans.
Ik dans
soms ook op de trein,
soms in de straat,
op de fiets.
Ik dans terwijl ik praat,
terwijl ik denk en droom.
Ik dans de wereld rond
maar toch vooral in mijn hoofd.

Leontine H. april,2013.

vrijdag 21 september 2012

Landschap, een schepping van ons brein

Wanneer een mens zich regelmatig in het landschap begeeft, om te wandelen, te fietsen, te recreëren, zich van a naar b te verplaatsen, dan komt op een gegeven moment het onvermijdelijke: “Wat is dit eigenlijk? Hoe verhouden de dingen zich tot elkaar? Waarom is het zo? Wie regelt dit hier allemaal? Wie zorgt er voor? En vooral, waar gaat het met dit alles naartoe? Een vermaledijt moment zowaar waarop een queeste begint…

(deel I)

Ik ben niet de eerste of enige en dus ook geen zonderling die zich afvraagt welke rol de mens in het landschap speelt en welke impact het landschap heeft op de mens. Neen, velen zijn mij voorgegaan… Jean-Jacques Rousseau, Georg Simmel, Ton Lemaire, Johan Pas, Marc Antrop, Han Lörzing, Hans Leinfelder,… schrijvers, filosofen, stedenbouwkundigen, architecten, kunstenaars, maar ook doodgewone wandelaars. Als je je verdiept in de landschapsliteratuur raak je snel verdwaald. Je ziet door de bomen het bos niet meer. En laat dat nou net zijn wat je nodig hebt als je het landschap bestudeert, als je op zoek bent naar de geest van een plek (de genius locus). Je hebt een holistische blik nodig om het overzicht te bewaren. Tijdens mijn queeste ben ik vele definities van landschap tegengekomen. Sta mij toe dat ik er enkele geef zodat u mijn pad beter zou begrijpen.

In de Europese landschapsconventie (2000), een geratificeerde overeenkomt, doch geen wet, wordt landschap bepaald als “een gebied, zoals waargenomen door mensen, waarvan het karakter het resultaat is van de actie en interactie tussen natuurlijke en/of menselijke factoren. “ Ton Lemaire geeft in zijn alom geprezen “Filosofie van het landschap“ een gelijkaardige – doch niet gelijke - omschrijving: “Landschap is, goed beschouwd, nooit land of natuur zonder meer, maar een deel van het aardoppervlak dat door ons als een zekere eenheid wordt gezien en beleefd. Natuur en omgeving oefenen een werking uit op de zintuigen, maar landschap houdt een bepaalde ordening en afgrenzing in tot een betekenisvolle eenheid. “ Beide citaten wijzen op een consensus aangaande het aanvaarden van de rol en de betekenis van de mens, het individu, in relatie tot het begrip landschap. Het kijken en beleven van het landschap is dus persoonsgebonden. Zou onze beeldvorming misschien een gevolg kunnen zijn van perceptie? Het bestuderen van het landschap vanuit verschillende perspectieven, bijvoorbeeld mijn engagement ten aanzien van de natuur, mijn werk in het kader van toeristisch-recreatieve ontwikkelingen, mijn samenwerking met de landbouwsector of het consulteren van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, heeft mij gedwongen mij te verplaatsen in verschillende invalshoeken. De plek waar we leven, samenleven, is het resultaat van interacties, met andere woorden, een bij voorbaat interdisciplinair gegeven. In ruimtelijke ordening zoekt men naar verzoening, een gezamenlijke visie die aanvaardbaar is voor elke landgebruiker. Probleem is echter dat mijn blik verandert al naargelang ik een andere bril opzet. Landschapszorg is vanuit ecologisch standpunt voornamelijk het behoud en de verbetering van de biodiversiteit, terwijl in de erfgoedsector de bescherming van cultuur, archeologische sites en artefacten voorop staat. In het landschap staan mensen soms loodrecht tegenover elkaar. Hoe verzoen je dit? Waar situeren zich de grootste noden? Neem twee boeren en ze verstaan elkaar al niet, laat staan dat een boer en een natuurbeschermer tot een vergelijk komen? Waar ligt voor mij de essentie? En voor u? Opvoeding, ervaring en persoonlijke interesses kleuren het landschapsbeeld en de –verwachtingen. De intensiteit van dat beeld wordt beïnvloed door het seizoen, de tijdsgeest, licht en donker, door de tijd tout court. Studie van het landschap heeft mij geleerd dat niet alleen perceptie en tijd, maar ook context bepalend is bij de analyse of beoordeling van een plaats of plek. Heeft u zelf al niet ervaren dat een gemoedstoestand een heel andere waardering kan teweegbrengen? Een plek heeft een verschillende impact op de beleving in uw vrije tijd of gedurende een werkmoment. Han Lörzing zegt hierover in De angst voor het nieuwe landschap: “Onze interpretatie van het zichtbare wordt sterk beïnvloed door de achtergrondkennis daarvan. Zelfs het ontbreken van kennis kan van invloed zijn op de beleving.” Als de interpretatie van een landschap zo afhankelijk is van verschillende invloeden en factoren, kunnen we dan wel een definitie van ‘het’ landschap maken? Is het wel correct om een landschap vanuit één standpunt te beoordelen en vanuit die visie plannen maken voor de toekomst? Wat zien we eigenlijk? Bestaat landschap wel? Of is het alleen maar een subjectief beeld dat gecreëerd wordt in onze hersenen vanuit het verleden en ingegeven voor uiterst individuele gewaarwordingen in ervaringen?

(deel II)

Lang voor Ton Lemaire schreef de Duitse denker Georg Simmel in 1912 zijn ‘Filosofie van het landschap’, een essay waarbij de auteur ons inzicht verschaft in de manier waarop de mens naar het landschap kijkt en meer bepaald hoe de kunstenaar erin slaagt het landschap te re-creëren . Als wetenschapper, pragmaticus en mens in de wereld, blijf ik echter op mijn honger zitten. Het essay geeft mij vooral inzicht in de manier waarop kunstenaars en filosofen naar landschappen (kunnen) kijken en er (soms) mee omgaan, maar het leert mij niets over de daadwerkelijke omgang en zorg voor onze leefomgeving. Voor sommigen zal deze beschrijven van Simmel allesomvattend zijn omdat het attendeert aan het overstijgen van de afzonderlijke delen, terwijl het voor mij een weliswaar zeer boeiende, doch eenzijdige benadering blijft. De filosofische en artistieke invalshoek toont één facet van landschapsbeleving, maar de eerder geformuleerde definities indachtig vraagt het landschap meer dan een filosofische kijk of artistieke verwerking. Een landschap is niet alleen een subliem beeld van een weids vergezicht, het is ook meer dan een idyllisch plekje of een kwetsbaar stukje natuur waar planten bloeien en dieren hun biotoop hebben. Het is ook de omgeving waar we leven, werken en ontspannen, met andere woorden, het is de plek waar we huizen bouwen, straten en infrastructuur aanleggen, op vakantie gaan, de natuur beschermen en zingeving zoeken. Heel de aarde is (breekbaar) landschap. Gebieden worden geografisch, natuurlijk of bestuurlijk afgebakend waardoor er cultuurlandschappen ontstaan met een eigen identiteit. De waarde die we aan de landschappen hechten is afhankelijk van de manier waarop we er mee omgaan en de context waarin we ons bevinden. Ik ga ervan uit dat we allen wijs genoeg zijn om het niet eenzijdig te bekijken. Dat het niet of economisch of ecologisch of sociaal of religieus is, maar én. Een duurzame omgang met het landschap vereist dit. Het gaat immers om onze habitat waar we aan al onze behoeften, bewuste en onbewuste, positieve en negatieve, moeten voldoen. En als ik zeg ‘we’ dan bedoel ik ook ‘we’. Een egocentrische en eenzijdige blik op het landschap schept spanningen. Het is hier dat de woorden ‘begrip’, ‘respect’ en ‘empathie’ voor mij betekenis krijgen. Wie we ook zijn en wat we ook doen, er is altijd nog die andere mens die even kwetsbaar en behoeftig is. De meervoudigheid van het landschap wordt door Ton Lemaire e.a. perfect verwoord in Landschap in meervoud. Perspectieven op het Nederlandse landschap in de 20ste en 21ste eeuw. Een meer wetenschappelijke ontleding wordt aangereikt door Marc Antrop in Perspectieven op het landschap. Achtergronden om landschappen te lezen en te begrijpen. Beide auteurs zijn het eens dat onze kijk op het concept landschap een en-en verhaal moet zijn dat je best holistisch benadert. Landschapsarchitect Han Lörzing bewandelt de middenweg tussen ‘matter’ en ‘mind’. Hij introduceert in The nature of landscape. A personal quest, vier landschapslagen waarin hij de relatie tussen mens en landschap uitlegt. Hij onderscheidt een ‘layer of intervention’ welke refereert naar de mens als ‘maker’ van het landschap. De ‘layer of knowledge’ omvat onze (voor)kennis van het landschap, terwijl de ‘layer of perception’ eerder verwijst naar de objectieve dan wel subjectieve manier waarop we naar het landschap kijken. De ‘layer of interpretation’ ten slotte laat onze persoonlijke emoties een rol spelen. Lörzing distilleert hieruit verschillende landschapsvisies of –benaderingen: namelijk de traditionele, de rationele, de romantische en de ecologische. Als ik deze analyse op mezelf projecteer, kom ik opnieuw uit bij een en-en verhaal. Soms is mijn benadering gebaseerd op de gebruikelijke omgang binnen een bepaalde sector, soms op rationele analyses, maar even vaak op emotie en melancholie. Op andere momenten is ze puur ingegeven door ecologische inzichten en bezorgdheid voor de natuur en het milieu. Ik geniet van het landschap, maar even vaak maak ik er mij ook zorgen om en wind ik mij op.

Landschap is met andere woorden een complex gegeven dat bestaat uit zowel objectieve elementen als subjectieve beoordeling. De ervaringen van mensen zijn immers persoons-, tijds- en contextgebonden. De benadering, de manier waarop we met het landschap omgaan, gebeurt vanuit diverse invalshoeken: filosofisch, economisch, religieus, ecologisch, maar ook rationeel én emotioneel. Een op het eerste zicht statisch gegeven (een landschapsbeeld) blijkt in wezen dynamisch te zijn.

(deel III)

De mens gaat bij een wandeling, in zijn eigen omgeving of op reis, vaak op zoek naar idyllische plekjes. Sterker nog, we verwachten er te zien. Is dat niet zo, dan beoordelen we de tocht als teleurstellend. Verwachting en teleurstelling hebben een causaal verband. Wat is idylle eigenlijk? We hebben er misschien wel een klaar beeld van in ons hoofd, maar het is een beeld gevormd door onze eigen ervaring en educatie. Eerdere schoonheidsbelevingen of transcendente ervaringen in de natuur en het landschap creëren een verlangen. Een behoefte om dat gevoel opnieuw te beleven. Stilte, harmonie, authenticiteit en een zekere vorm van gaafheid leiden vaak tot een esthetische beleving die ons leven lang bij blijft. Ook de landschapsschilders uit de 17e en 18e eeuw (en later) beïnvloedden onze verwachtingen en denkbeelden op het landschap. Ervan uitgaan dat de idyllische beelden die we van hen kregen een perfecte weergave is van de realiteit toen, is onvoorzichtig. Het veroorzaakt een spanning in ons denken dat hoofdzakelijk gebaseerd is op een artistieke uiting. Ons verlangen naar de terugkeer van arcadische of bucolische landschappen is utopisch om de eenvoudige reden dat idylle een mythe is. Maar waarom zouden we niet de hoop mogen koesteren om af en toe het sublieme te ervaren dankzij de confrontatie met een ‘idyllisch’ landschap. De idylle is een creatie van onze eigen geest, al dan niet beïnvloed door de kunst. Het is een relatief begrip dat men moet plaatsen in zijn tijdsgeest en context. Wanneer Jean-Jacques Rousseau tijdens één van zijn wandelingen in de ongerepte natuur plots botst op een kousenfabriek, wordt zijn perceptie van idylle aangetast. Omer Wattez kon zich eind 19de eeuw ook al druk maken om de verloedering van de Vlaamse Ardennen. De teloorgang van het aardsparadijs is ingezet met de komst van de mens. Betekent de illusie van de idylle dat we het landschap aan haar ‘lot’ - of de macht van het geld - moeten overlaten? Dat we niet moeten ingrijpen als de harmonie wordt verstoord? Geenszins!

Landschapsonderzoek (filosofisch, wetenschappelijk, artistiek, e.a.) heeft ons geleerd dat het landschap verschillende ‘waarden’ heeft. Men onderscheidt onder andere de identiteitswaarde (herkenbaarheid, cultuurwaarde), de gebruikswaarde (het landschap als productie- en consumptielandschap) en de belevingswaarde (beeld- en omgevingskwaliteit). De dienst Ruimtelijke Ordening van de Vlaamse Gemeenschap voegt er een waarde aan toe: de ‘toekomst’waarde . Een gebied, een landschap, hoe het ook gepercipieerd wordt door de mens (idyllisch, verstedelijkt, verwaarloosd, historisch, lelijk, afgeleefd, onbewoonbaar, …) heeft altijd een toekomst, zowel voor de natuur als voor de mens. Hoe we met die toekomst omgaan, hangt af van onze verwachtingen en de draagkracht van de fysische en natuurlijke elementen. ‘Onze verwachtingen’ is een amalgaan van dromen, behoeften, noden, materiële en immateriële zaken bijeengesprokkeld door mensen die een plek, een omgeving en de natuur delen. Ons (toekomstig) landschap is een cultuurlandschap opgebouwd en vormgegeven door objectieve elementen, maar subjectief ervaren door de mens. ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet”. Een plek met weerloze plantjes om te koesteren of een ruigte met onkruid om te verdelgen? Erfgoed dat een waardevol verhaal vertelt of krotten die een nieuwbouw in de weg staan? We zien wat onze eigen herinneringen, kennis en dromen ons ingeven. Ook morgen blijft een landschapsbeeld een schepping van ons eigen brein. Dat het landschap verandert, een dynamiek vertoont, is niet zozeer het probleem, wel de manier waarop het verandert, aldus Ton Lemaire. Het is de laatste honderd jaar te snel, te grof en te grootschalig verlopen. Heeft het idyllisch landschap dan nog een toekomst? Wel als we een zekere traagheid toelaten in de evolutie zodat onze hersenen kunnen wennen aan de veranderingen en de vernieuwde identiteit meenemen in onze toekomstige herinneringen. De mens moet in staat zijn om zich ‘thuis’ te voelen in zijn nieuwe omgeving. De idylle heeft een kans in nieuwe landschappen als we waken over een zekere gaafheid, als we zorgen voor harmonie, als we een grote natuurlijkheid toelaten, stilteplekken garanderen en de band met ons verleden niet verliezen.

Chris L. De Smedt, september 2012.

Bronnenlijst
- Antrop, M. (2007). Perspectieven op het landschap. Achtergronden om landschappen te lezen en te begrijpen. Gent: Academia Press
- Kolen, J., & Lemarie, T. (1999). Landschap in meervoud. Perspectieven op het Nederlandse landschap in de 20ste en 21ste eeuw. Utrecht: Samenwerkende Uitgevers VOF.
- Lemaire,T. (2007). Filosofie van het landschap. Amsterdam: Ambo
- Lemaire, T. (2011). De Val van Prometheus. Amsterdam: Ambo
- Lörzing, H. (2001). The nature of landscape. A personal Quest. Rotterdam: 010 Publishers
- Lörzing, H. (1982). De angst voor het nieuwe landschap. ’s Gravenhaghe: Standaarduitgeverij
- Simmel, G. (1912). De filosofie van het landschap. Tentoonstellingscatalogus Sense of Place (2012). Brussel: Bozar Literatuur
- Wattez, O. (1890). De Vlaamsche Ardennen. Gent: Willemsfonds

woensdag 11 juli 2012

Sideways


Op verkenning voor Sideways
Tocht van Herzele naar Waarbeke


De vereniging Trage Wegen vzw organiseert deze zomer het hedendaags kunstenfestival 'Sideways'. Buurt- en andere "trage wegen vormen het decor voor een ontmoeting tussen natuur en cultuur. Langs wandelroutes, veldwegen en binnenpaden gaan artiesten uit binnen-en buitenland aan de slag met thema’s als vertraging en mobiliteit, landschap en verhalen, kunst en activisme, vertellingen en wandelende bibliotheken", aldus het persbericht. Arpia, kunst met landschap (www.arpia-art.be) werkt actief en graag mee aan het festival. De steenbakkerij, het epicentrum van Arpia 2012, vormt een stopplaats waar allerlei activiteiten zijn gepland. De deelnemende kunstenaars van Sideways houden halt bij Arpia en gaan ook daar performen en/of werk tonen. De Sideways karavaan komt toe in Herzele op vrijdag 24 augustus 2012 en zet haar tocht verder op 27 augustus richting Waarbeke. Ik ging alvast vooruit als verkenner. Tussen 2 regenbuien door stapte ik de 14 km af op zoek naar potentiële hindernissen. Die waren er amper, op een gesloten privaatweg en een smalle doorgang na, liep alles gesmeerd. Een rustige, stille tocht, met hier en daar verwondering en verrassing...
Een trage start
De tocht in Herzele start aan de oude steenbakkerij in Sint-Lievens-Esse. Het eerste deel van de tocht is bekend terrein voor mij: het Duivenbos. Ik stel meteen een aanpassing van de route voor. Het Duivenbos is een klein, maar fragiel natuurreservaat met grote hoogteverschillen (we zijn in de Vlaamse Ardennen), een bronbos, vele poortjes (om enthousiaste mountainbikers op afstand te houden), een smal knuppelpad en twee avontuurlijke houten trappen. Niet meteen een motiverende start voor de ezel en zijn gevolg. Daarom stel ik voor om de kerkwegel te nemen achter de huizen in de Huigeveldstraat. Hopelijk breed genoeg. We verlaten Herzele via de Beverstraat, een mooie holle weg die enkele jaren geleden door de gemeente is geasfalteerd, een voorbode van een reeks ingrepen die bij wandelaars niet goed is aangekomen. Er werden in het kader van de verbetering van de fietsmobiliteit enkele mooie landwegen verhard. De keuze van het materiaal valt te betreuren.
Na enige tijd (voorbij de laatste huizen) gaat de asfaltweg over in een brede onverharde weg en kom je zowaar in een verlaten zone waar de stilte heimelijk binnendringt en je - als eenzaam wandelaar - dosissen energie uit puurt. Aan de spitsing neem je rechts tussen twee woningen. Opgelet voor het gemene hondje dat vermoedelijk geen bezoek verwacht en uit angst in de schenen probeert te bijten.
Je stapt verder tussen de velden en hoort langzaam het geluid van de moderne mens terugkeren.

Oversteek

Bij de volgende splitsing neem je links tot aan de drukke weg Ninove - Brakel. Tijdens de verkenning waren er werken aan de gang zodat het oversteken wat moeilijk verliep. De varkens keken geamuseerd toe.
De steenweg oversteken kan wat stress veroorzaken omdat het verkeer er druk is. Je neemt de Steenwegdreef (links) tot op het einde en gaat dan de onverharde weg in tussen de huizen.
Deze weg gaat na verloop van tijd over in een tegelpad dat je links volgt om daarna meteen weer rechts af te draaien. je loopt nu ruim tussen de velden. Aan de splitsing hou je rechts aan en volgt een tracee dat nog moeilijk herkenbaar is als een weg. Modder, water, diepe geulen. Het hoort er natuurlijk bij. Plots lijkt de weg op te houden, maar de kaart zegt rechtdoor. Het klopt, deze weg wordt amper bewandeld en wordt alsmaar smaller. Hopelijk kan de ezel er langs.
Links of rechts? Rechts!
Tot hiertoe alles prima. Wat vechten met nat gras en overhangende takken, maar het blijft aangenaam. Nadat je de N460 hebt overgestoken hou je links aan. Je komt opnieuw aan een onverharde landweg die langs een stortplaats gaat. Geur- of visuele hinder zijn er niet of nauwelijks omdat langs het stort een hoge berm is aangelegd. Wat verder wachten een kudde ezels de karavaan op. Mijn komst was blijkbaar een complete verrassing want de dieren bleven me aanstaren tot ik volledig uit hun blikveld verdween. Het grootste knelpunt van het traject ligt voor u: de N45.
Je moet de drukke weg over om daarna naar links langs de berm de weg een 500tal meter te volgen. Volgens de topokaart kunnen we rechtdoor, maar dat blijkt een privaatweg te zijn langs een jachtdomein. Ik kies ervoor om een stuk langs de N45 te stappen (langs een onverharde parallelweg) tot aan de volgende straat rechts (richting Zandbergen). Je stapt een paar keer onder een hoogspaningslijn door. Wat verder neem je rechts de onverharde weg (net voorbij pilaar). Na enkele meters neem je op een kruispunt van landwegen het linkse tracee.
Rechts zou je terug naar de N45 kunnen, maar de blikjes in de bomen en de beschoten papieren schietschijf intimideerde zodanig dat ik mij mijn keuze om rond te stappen niet beklaagde.
Geniet van deze landweg, want het is de laatste voor je in de dorpskom van Zandbergen komt waar het onmogelijk lijkt om via buurtwegen op onze eindbestemming te geraken. Zandbergen is een ideale plek om halt te houden, wat te drinken of een WC-stop te maken.

Laatste rechte lijn

In Zandbergen volg je de weg naar Grimminge. Voorbij de Dender hou je aan de splitsing rechts aan. Wat verder neem je links de Molenbroekstraat. Die gaat na enige tijd over in een betonpad dat de Molenbeek volgt. Op het einde van dit pad neem je rechts de straat tot je aan een onverharde weg komt. Dit is het Stiltepad. Je volgt de beek tot aan de straat. Daar neem je links. Aan de splitsing hou je links aan. Vanaf hier wordt het klimmen via een geasfalteerde holle weg. Opgelet, dit is een vrij gevaarlijke weg met heel wat bochten. De het kruispunt steek je de straat over en neem het tegelpad. Dit is de laatste rechte lijn naar Centrum Waarbeke. Mijn verrassing was groot toen ik tijdens de verkenning op amper 2 meter van mij vandaan oog in oog stond met een marter. Het beestje liep recht op mij af, keek mij aan, draaide zich om en volgde het pad enige tijd terug. Een mooi slot van een aangename wandeling. Net op tijd want ik voelde de eerste regendruppels. Op het einde van het tegelpad neem je rechts tot je aan de kerk komt. Eindpunt.
Meer info over Sideways: www.sideways2012.be 17/8 tot 17/9. Start in Menen, via Herzele, Brussel en Turnhout naar Zutendaal.

vrijdag 22 juni 2012

De idylle voorbij

Het is niet toevallig dat een wandeling door het landschap de mens aanzet tot vertraging. Wie zich in het landschap begeeft, kan niet anders dan halt houden daar waar hij of zij zichzelf tegenkomt. En vroeg of laat gebeurt dat. Wie tijd neemt om echt te kijken, verwonderd te staan en overpeinzingen toe te laten, vraagt zich ooit wel eens af waar al die hectiek toe dient. Als respect de grondtoon van alle communicatie wordt, verschijnen nieuwe inzichten. Waarheid is dan subjectief en relatief, want alle blikken zijn juist, vanuit een bepaald perspectief. Wie andere invalshoeken toelaat, komt uit bij vertraging, bij onderzoek, bij reflectie, bij ontwikkeling. Mijn open blik op het landschap, heeft mijn relatie met de mens grondig veranderd, maar ook mijn kijk op de wereld, mijn leefwereld. Ik ben zowel filosofischer als pragmatischer geworden. Begrippen als subjectiviteit, waardering en kennis bepalen mijn visie op landschap en landschapsontwikkeling. Ik ga voor vertraging, voorbij de idylle, op zoek naar soberheid, duurzaamheid en harmonie. Een mooie reflectie van iemand die mij dierbaar is na een wandeling in Parike: "Als de definitie van een horizon is de zichtbare scheidingslijn tussen land en lucht, dan zien we boven die horizon minstens evenveel landschap als onder die horizon, namelijk een landschap dat constant in verandering is en tegelijk al duizenden jaren hetzelfde is"

maandag 30 januari 2012

Zachtjes op de rem

Het was pas afgelopen zomer dat het mij helemaal duidelijk werd. Bij het (langzaam) lezen van Ton Lemaires 'De val van Prometheus' bekroop mij zowel een beangstigend als een bevestigend gevoel. We moeten op de rem gaan staan! En meteen corrigeer ik mezelf. Neen we moeten niet, het zou helpen mochten we... Traagheid is mij niet vreemd, het zit op een onverklaarbare manier in mijn genen en is met tentakels verbonden aan elke keuze die ik maak, aan elke schoonheid die ik koester en aan elke fout die tot mij doordringt. Wist ik veel dat vertraging misschien wel de enige manier is om de grote vraagstukken op te lossen. Nu ik ten volle begrijp dat frugaliteit en traagheid verwante begrippen zijn (KLARA, Trio,29/10/2011), schuiven de puzzelstukjes langzaam in elkaar. Mijn liefde voor leegte is meteen ook een vertrouwen in en bereidheid tot versobering geworden. Ik denk dat we op een punt gekomen zijn waarop het niet meer sneller, beter, harder, duurder, groter, mooier, dieper kan of hoeft. Het is zo eenvoudig en toch nog onbespreekbaar. Eigenaardig. De versobering kwam als vanzelf na vele (vrijwillige) eenzame wandelingen. De intensheid waarmee gewone dingen zich presenteerden, werkte helend, rustgevend. Stel dat we met zijn allen trager zouden gaan rijden, dat we allemaal op tijd 'stop' zouden kunnen zeggen, dat we meer tijd zouden nemen voor de liefde, dat we geen probleem zouden hebben met stiltes aan de andere kant van de lijn, dat de liedjes langer zouden duren op de radio, wat zou dat tot gevolg hebben? Het materiële zou misschien minder waard en gevraagd worden. Zou dat niet fijn zijn, mensen die gewoon tevreden, en misschien zelfs gelukkig, zijn met wat is en niet is. Weg ego's. Alleen doen wat gedaan moet worden om te koesteren wat weerloos is.

woensdag 14 december 2011

Niks is eenduidig, ook het landschap niet...



Uitgeverij Lannoo bracht in december 2011 een prachtig boek uit over het leven en werk van beeldend kunstenaar Herman Van den Broecke (Herzele) en modeontwerpster Elisabeth De Sloovere (Hoegaarden). Het boek is een schitterende weergave van twee levenslopen die elkaar verrassend raken vanuit onverwachte hoek. Levenskunst is wat hen bindt.

In 'dubbele zijde' vindt u ook een bijdrage van Chris De Smedt over de betekenis van landschap in Hermans leven:

"Een landschap is een complexe samenhang van systemen, objecten en subjecten die onderling al dan niet interfereren en die context, tijds- en persoonsgebonden zijn. Het beeld en waardeoordeel worden gevormd in de gedachte van de toeschouwer die kijkt vanuit zijn eigen ervaringen, kennis en emoties en is daarom een individuele beleving. Vanuit deze ruim aanvaarde definitie van landschap kan het werk van Herman Van den Broecke begrepen worden als een landschap en wordt de schepper als dusdanig een landschapsschilder (of -kunstenaar). Beschouw Herman Van den Broecke echter niet als een landschapsschilder à la Patinir, die zich toelegde op het weergeven van landschappen als subject, hoewel Herman Van den Broecke in twee van zijn werken, zowel in de titel als naar kleurgebruik, toch refereert naar de meester die hij bewondert (Het lieve meisje in de tuin van Patinir en De rode drentelaar (is hij in de tuin van Patinir?)). Het landschap is in Hermans schilderijen maar zelden expliciet of als subject aanwezig (werken als Kanaalbrug met vogels, Destelbergen (1964) e.a. te na gelaten), maar het wordt vaker als coulisse gebruikt waarin figuren en dingen ontstaan, zijn en evolueren. Natuur en landschap zijn belangrijk in Hermans leven, ze geven gestalte aan zijn zorg voor kwetsbare dingen en daarom verschijnen ze vanuit een evidentie als bouwstenen voor het creëren van zijn artistiek universum. Het lijkt alsof Herman niet wil raken aan de kern, de eigenheid of de existentiële waarde van natuur en landschap, maar ook van kunst, door zelf niet in te grijpen in een gedwongen en kunstmatige wisselwerking tussen beide, net omwille van die breekbaarheid. Toen hij midden de jaren 1990 werd gevraagd om voorzitter te worden van een lokale natuurvereniging, twijfelde Herman eerst uit vrees dat dit engagement zijn artistiek werk in de weg zou staan. Dat is niet gebeurd. Praktisch niet (wat tijdsinvestering betreft), maar ook inhoudelijk niet. Het had perfect gekund dat Herman Van den Broecke een geëngageerd kunstenaar werd, maar ondanks zijn grote bezorgdheid ten aanzien van het verdwijnen van open ruimte en de versnippering van natuur, heeft Herman dat verhaal nooit willen brengen in of door zijn kunst. Natuurelementen zijn een onderdeel van Hermans alfabet die soms louter als vormentaal, soms als metafoor, soms bewust, maar vaak eerder toevallig worden gebruikt. Zo zien we op verschillende werken afgeknotte bomen of boomstronken terugkeren. De toeschouwer herkent de vorm als een boom, kan er mutilatie in zien of dood versus nieuw leven, maar dat hoeft niet, het is zelfs niet zeker dat de kunstenaar het als een funerair archetype heeft willen gebruiken. Herman schildert niet vanuit een pessimisme (zoals de Nederlandse filosoof Ton Lemaire over landschap schrijft), maar eerder vanuit onmacht, alweer uit bekommernis om de kwetsbaren die hij koestert. Het creëren van een eigen universum waar kwetsbaarheid ruimte krijgt, is geen louter artistiek gegeven in Hermans leven. Het is ook voelbaar in zijn tuin, zijn bos en omgang met mensen. Zijn liefde voor de natuur en het landschap is geen oorzaak, maar gevolg, een gevolg van zijn ontzag voor de ‘verwondbaren’ en daarom worden getuigenissen van de mens in het landschap niet de facto als slecht aanzien. Ook de mens is broos en wat hij creëert kan in harmonie met het landschap zijn of worden. Dat Herman Van den Broecke dat menselijke aspect in het landschap niet schuwt, blijkt uit werken als Relict uit Vlaamse Grond (de betonnen omheiningen) en zijn ontwerpschets voor het behoud en de integratie van een oude steenbakkerij. Toch bewaakt zowel de kunstenaar als de mens Van den Broecke behoedzaam de grenzen van het breekbare zodat elke identiteit zijn waarheid behoudt.
Landschap hoeft geen kunst te zijn."



Meer info over Herman Van den Broecke op www.hvandenbroecke.be

maandag 10 oktober 2011

Landschap

Voorbij, voorgoed.
Geen treurnis, het is
zonder meer, het moet
Wat biedt het andere?
Een vlakte windmolens:
grote ijle, maar ook kleine.

Lijnen licht in het donker,
Lichte lijnen in de lucht.

Toch vogels,
toch bomen
en hoop,

zelfs schoonheid.

(september 2011)

dinsdag 4 oktober 2011


Persbericht:

BEUKENHOF-PHOENIX GALLERIES


TENTOONSTELLING: VAN 7 OKTOBER TOT 6 NOVEMBER 2011


Nadine FIÉVET
Clemens HEINL
Karel MOORTGAT



In collection: G. Aumayer, H. Decavata, F. Derie, D. Fournier, Gaudin, R. Haeck,
D. Martens, D. Michiels, Morlaine, A. Steurbaut, P. Willequet, W. Zelmer

Vernissage vrijdag 7 oktober vanaf 19 u

Beukenhof Ronde van Vlaanderenstraat 9 - 11 9690 Kluisbergen
www.beukenhof.com - info@beukenhof.com - +32 (0)55 38 83 87

maandag 19 september 2011

naar Brussel


plastiek
aardappelen
sparrenbosje
pony's
tuinhuisjes
Heras
meubelen Sint-Antoon

obscure stationnetjes met afgebladderde toiletdeuren in overdatum kleuren
compostvaten in strakgeordende paradijzen

zeven soorten zitbankjes en grote trampolines
een eenzame landweg eindigend in niets
als bos niets is

trechter van sporen en een vreemd aandoende kubusarchitectuur naast gepensioneerde betontegels met witte stippen.


Gevangen in dienstregelingen
onrust
een lange zucht
niet de mijne

vlier en vlinderstruik
keiheuvels die in bochten verdwijnen, trapjes leiden naar tuinen
rood-oranje netten - en nog - en nog en nog - - ga door, ga door ga door

vrijdag 2 september 2011

KUNST & ZWALM 2011


(c) Kunst & Zwalm

De biënnale Kunst & Zwalm integreert kunst in het landschap en het sociale weefsel van Zwalm (Vlaamse Ardennen). Dit jaar hebben Engelse, Franse en Belgische kunstenaars de opdracht gekregen om de grenzen af te tasten van publieke en privé ruimten. Begin dit jaar overleed Patrick Merckaert, de bezieler van Kunst & Zwalm. Hij tekende nog de krijtlijnen uit voor deze editie, maar moest onverwacht afscheid nemen en liet een bevreemdende leegte achter bij familie, vrienden, kennissen. Uit respect en als hommage aan Patrick, werd in het jachthuis van het kasteel van Beerlegem een installatie van de kunstenaar (Lèvres, sourire, secret) heropgebouwd. De brochure van K&Z vermeldt: "Net als Patrick zelf, straalt deze installatie een en al vriendschap, eenvoud en discretie uit".


Verder is er op diverse plaatsen ook werk te zien van Patrick Van Caeckenbergh (B), Johan Creten (B), Jan Williams & Chris Teasdale (UK), Goele De Bruyn (B), Jo Lathwood (UK), Djos Janssens (B), Stéphane Cauchy (F), La 'S' Grand Atelier/De Zandberg (B), David Blandy (UK), Fia Cielen (B), Sylvain Cosijns (B), Adriaan Verwée (B), Arnaud Verley & Philémon (F), Nicolas Durand (F), Karl Philips (B), Pieterjan Ginckels (B).

Er werd een route uitgestippeld langsheen de kunstwerken en in een brochure weergegeven. Het parcours kan best afgelegd worden met de fiets want heel wat plekken zijn niet bereikbaar met de auto. Toegang met routegids kost 3 euro. Kinderen tot 12jaar gratis. Met het project K&Z/KIDS: verboden voor 14+ werd een speciaal programma uitgewerkt voor kinderen.
Start en aankomst: PNEC De Kaaihoeve, Meilegem.

Meer info over K&Z op www.kunst-en-zwalm.be

zondag 7 augustus 2011

Half om half ... met trein, bus en plooifiets

Een regenachtige doch warme woensdag ergens begin augustus. Toeristisch hoogseizoen heet dat. Niets van te merken in de Vlaamse Ardennen. Toch wou ik de sfeer van vakantie opsnuiven in het land van de ronde, waar koers en landschap als een getrouwd koppel samenleven. Eigenzinnig als ik ben, besloot ik het op mijn manier te doen. Met de fiets, langs hellingen en masserende kasseien, maar zonder drang om fysieke grenzen te verleggen en mét de aankoop van de laatste jaren: mijn geliefde Brompton. Het lijkt tegenstrijdig, maar zowel uitdaging als luiheid typeren mijn karakter. Vandaar misschien de combinatie openbaar vervoer en vouwfiets. Als je de wielermythologie wil begrijpen, moet je de Olympus beklimmen en dus je kont in het zadel hijsen en afzien.

Ik kan tot op zekere hoogte wel in meegaan in een trapmanie, maar ben ook niet te beroerd om (veelal uit noodzaak) af te stappen. Halfweg de top kom je immers wonderen tegen die bergen kunnen verzetten: gave uitzichten, getormenteerde bomen,pittoreske bouwwerkjes en uitnodigende kroegen (zoals 't hof Wijmier). Als ik Foreest doortrappend wil oprijden, dan doe ik dat toch! Ook al ligt dat niet echt binnen het bereik van een vouwfiets. En na al mijn versnellingen te hebben opgebruikt, laat ik mij met genoegen uitlachen door een perfect acterend achterwerk van een vlotte vijftiger die bovendien op een zekere Clooney gelijkt en mijn kruistochtervaring zowaar erotisch kleurt. U begrijpt dat mijn ritje in meer dan één opzicht een meevaller was.

Mijn ronde startte in Herzele op de Groenlaan waar ik mijn plooifiets voorbereidde op het avontuur van zijn leven. Mijn Brompton meende alles al gezien en beleefd te hebben vermits hij dagelijks doodsbedreigingen incasseert in Brusselse steegjes en avenues. Makkie dus, die eerste kilometers naar het station van Zottegem. Jeanine van 't Brouwershof (naast Brouwerij Crombé) begreep mijn nonchalante parkeerzwaai niet, verbaasde zich over mijn minifiets en trakteerde mij op een spannende stadslegende en een tragisch verhaal over de teloorgang van de 33 Zottegemse brouwerijen. De laatste sluit binnenkort zijn deuren en de resterende Zottegemse bieren zullen voortaan in West-Vlaanderen worden gebrouwen.

De treinrit van Zottegem naar Oudenaarde was kort en intens. Je passeert mooie landschapjes en je prijst je gelukkig dat het traject nog niet ingebermd is. Hier kan je nog genieten van de traditionele Vlaamse achtertuinen met hokjes, droogmolens, borders en zelfs grazende koeien in een van oudsher natte weide. Hopelijk haalt het genot van het reizen het hier op snelheid en sleurt Infrabel de reiziger niet tussen een betonnen koker waardoor ons cultureel landschappelijk bewustzijn weggezogen en gekatapulteerd wordt naar een non plaats in een non tijdperk.

Wie zich een klein beetje voorbereid op een fietstocht door de Vlaamse Ardennen, weet dat zo een reis puur uit koersliefde start in het Centrum Ronde van Vlaanderen. Oudenaarde en het Centrum zijn zowaar de enige plekken waar ik tijdens mijn trip toeristen ben tegen gekomen. In Brasserie de Flandrien is het 's middags gezellig druk en de bezoekers laten zich de Croque Masseur en de proloog-drankjes welgevallen. Ik ging er na een pittig dagsoepje snel vandoor met mijn vouwfiets want bedrijvigheid brengt mij uit evenwicht. Zeker als alle blikken gericht zijn op het compacte klompje wielen en trappers dat netjes opgeborgen stond tussen de brasserietafels. De eenzaamheid op de fiets bracht rust, ik keerde de stad de rug toe via de oude Scheldekaaien en langs de Vlaamse Ardennendreef waar ik al een eerste keer snelheid minderde om de geteugenheuvels in de verte te kunnen onderscheiden. Het plateau van Edelareberg is een schitterende kennismaking met de Vlaamse Ardennen. Je ziet in de verte de kerktorens van Oudenaarde, de Schelde- en de Maarkebeekvallei, Koppenbergbos, Kwaremont, de Hotond. Als je een topografische kaart bij de hand hebt is het makkelijker om het landschap te onderscheiden en te doorgronden. Voor mij een openbaring.

Ik fietste van Oudenaarde naar Etikhove en Schorisse in Maarkedal. Onderweg liet ik mij verrassen door de schoonheid van Ladeuze, de landschappen van Valerius De Saedeleer, Villa Tynlon, 't Hof te Cattebeke, de Taaienberg en de Bossenaremolen, de bramentuin in de Ganzendries waar meer dan 40 verschillende soorten bramen aanwezig zijn, de Ronde van Vlaanderen kapel inclusief frisdrankautomaat op de hoek van de Hessestraat en de Beekkant in Horebeke. Het meest van al genoot ik op Foreest, een met groen begrensde slingerende holle weg met zicht op berg en dal in de Vlaamse Ardennen. Ik haalde de top niet, wat niet alleen de schuld was van de vouwfiets, maar ook van mijn onstuitbare drang om stil te blijven staan bij de schoonheid die opdook tussen de hagen en bomenrijen.

Na mijn passage aan het landschappelijk wondermooi Burreken (natuurreservaat) reed ik richting Zegelsem, Elst en Michelbeke om via Erwetegem uiteindelijk terug in Herzele te belanden. Het was mijn plan geweest om tussentijds even de Belbus te nemen, maar de goesting om te (vouw)fietsen was te groot. Ik heb op bijna elke helling de trappers gelost (al dan niet verplicht), maar zonder enige teleurstelling want wat ik zag was overweldigend. Ik liefkoosde naast de Taaienberg en Foreest ook de Ledeberg en de Berendries en raakte overdonderd door de kasseien van Zegelsem. Je ziet het landschap bewegen voor je ogen, je ziet de huizen samenklitten en terug openschuiven, je ziet brede en smalle wegen die boven en onder het maaiveld duiken, je ziet ze plots zwenken om even later terug strak de rechte lijn naar het volgende dorp te volgen, je hoort en ziet wind- en watermolens,je ruikt de seizoenen en de zwetende helden in de te kleine cafeetjes. Ik heb die beruchte woensdag opnieuw de geur van de Vlaamse Ardennen geroken. Dit wordt zeker vervolgd...

Praktisch:

Gevolgde knooppunten na de start aan het Centrum Ronde van Vlaanderen:
39 - 25 - 30 - 32 - 35 - 38 - 37 - 40 - 43 - 70 - 68 - 12 - 15 - 19.

woensdag 27 juli 2011

Landschapskunst in de Vlaamse Ardennen

Arpia kunst met landschap
zaterdag 20 augustus 2011 tot zondag 9 oktober 2011





Voor het tweede jaar op rij organiseert Arpia vzw deze zomer het kunstproject ARPIA met de oude steenbakkerij te Sint-Lievens-Esse als dynamisch epicentrum. Acht weekends lang, van 20 augustus tot 9 oktober, kan je er genieten van bijzondere artistieke interventies in het omliggende landschap, alsook van tijdelijke kunstwerken binnen en rond de muren van de steenbakkerij. Dit historisch waardevolle bouwwerk wordt tijdens het project omgeturnd tot een tijdelijke ontmoetingsplaats met bar en boekenlounge. Het verregaande engagement van ARPIA ten aanzien van het landschap en haar waarde(n) wordt geaccentueerd door een uitgebreid nevenprogramma: landschappelijke themawandelingen, debat, openlucht brunch, een onderzoeksproject, enz.

Dit jaar worden zes internationale kunstenaars uitgenodigd. Drie ervan maken op verschillende plaatsen in de omgeving een kunstwerk en gaan hierbij aan de slag met de nodige aandacht voor de identiteit van het gebied. Voor het eerst bevinden de werken zich buiten de site van de oude steenbakkerij. Samen met de permanente werken van vorig jaar vormen ze een almaar uitdijende permanente kunst- en wandelroute.

De Franse kunstenaar Gilles Bruni maakt al twintig jaar landschapsinstallaties. In Herzele bouwt hij enkele schuilplekken voor mens én dier met natuurlijke en gevonden materialen. De uit Wales afkomstige Rhodri Davies creëert voor Arpia een windharp (tijdens de opening op 20 augustus geeft hij een concert) en de Japans- Belgische kunstenaar Masashi Eshigo wil, via een even ambitieuze als eenvoudige installatie, een trage (wandel)weg opnieuw openstellen. Dit `work in progres`komt tot stand in sterke interactie met omgeving en bewoners.

Binnen en rond de steenbakkerij worden tijdens het project site-specifieke werken tentoon gesteld. Els van Riel (B) gunt ons, in de vorm van een filminstallatie, een even luchtige als geconcentreerde blik op een alledaags natuurverschijnsel. Christelle Fillod (F) transformeert een deel van de ruimte in een camera obscura. Jesse Cremers (B) brengt statische dingen in beweging via kinetische experimenten en sculpturen. Meer dan de moeite waard….

Naast het beeldende kunstenluik is er tijdens Arpia 2011 tevens een programma waarin het landschap in al zijn hoedanigheden aan bod komt. Duurzaamheid, ecologie en omgevingskwaliteit zijn hierbij de sleutelwoorden. Ieder weekend kan je bijvoorbeeld deelnemen aan themawandelingen onder begeleiding van Chris L. De Smedt. Zij nodigt telkens een expert uit die de wandelaars laat stilstaan bij de waarde(n) van het landschap en de fragiele, samenhang tussen mens en natuur. In samenwerking met diverse partners worden workshops, een debat en een onderzoeksproject georganiseerd waarbij een occasioneel artistieke interventie niet kan ontbreken.

Meer info op www.arpia-art.be.

Andere kunstprojecten in de Vlaamse Ardennen:
Kunst&Zwalm 2011: www.kunst-en-zwalm.be : 27-8 tot 11-9
Ename Actueel 2011: www.ename974.org: 28-8 tot 16-10

dinsdag 26 juli 2011

Wandelingen in Herzele

Chris L. De Smedt trekt wekelijks door het Herzeelse landschap. Wie zin heeft, mag altijd aansluiten. Start: 10u30 - Oude Steenbakkerij, Kauwstraat 103, Sint-Lievens-Esse (Herzele).





Data landschapswandelingen:
- zaterdag 30 juli
- zaterdag 6 augustus
- zondag 28 augustus (ikv Arpia 2011 - kunst met landschap)

Meer info over de wandelingen via mail of 0475-85 02 06.

P.S. U wandelt gewoon mee op eigen verantwoordelijkheid, u betaalt ook geen deelnamegeld.

woensdag 25 mei 2011

OPEN CALL FOR YOUNG ARTISTS

“A bond between art and landscape that results from the fundamental link between man and nature”

Arpia is an art project with a far-reaching commitment towards the landscape and its value(s). The concept of the project fits in the boldly stated: Art with Landscape. When looked at it as concentric circles, in the middle there is a path set out through the landscape, passing several works of art that can be catalogued as Art with Landscape. Around that, during the whole of the summer, lots of activities are being organized, to enlarge the impact of the works of art and to connect them with performance, music, lectures, science, etc.
Ecology is a main concern of the project, but the project wants to go beyond that. To make people take more care of the environment, you must let them feel that they are living in the middle of it and it is a part of themselves. We want to generate positive attention towards landscape and environment. That’s why, for the official launch of Arpia, we had the following sentence returning in every piece of promotion (flyers, posters, website,.): ‘How I learned to stop worrying and love the landscape’.
The works of art are permanent and in 2011 the ‘art walk’ will become longer, with new works of art penetrating the landscape around the Brick kiln subtly and respectfully. A new ‘festival-edition’ of Arpia will open on August 20th and end on October 9th, with thematic walks, a temporary art exhibition, a book-lounge, etc.
The ecological mainframe is translated in every aspect of the project. The works of art have to integrate themselves in their environment and be built of natural, site-specific or found materials. They are mostly larger scale, but even while drawing the attention of the visitor, they have to intensify the experience of the surrounding landscape visually or aurally. While organizing, there will be close attention to put as few pressures on the environment as possible, using materials that respect nature and fit into the story of the surrounding landscape. We focus, through the art works and the activities, on processes (growth and decline) and the rhythm of nature, on the bond between humans and nature, and with all that, on our own future.
Arpia vzw would like to invite young artists to submit their ideas and proposals for a temporary work in the landscape along the old tramway between St-Lievens-Esse and Herzele or at the brick kiln, which could be realised in one of the following festival editions.
The work has to fit in the framework of Arpia, as explained above. Important is that the work is in someway created with or/and for the specific landscape or a specific place and is made out of natural or sustainable material. Performative actions are also welcome. Visiting the site is possible, if wanted with someone from Arpia (after making an appointment).
Arpia will cover the realisation costs.
The Jury consists out of: Lucas Devriendt (Artist), Eugeen Liebaut (Architect), Christel Stalpaert (Professor Art Studies) and Luea Ritter (Curator Arpia).
The decisions will be discussed also with the other board members:), Chris De Smedt (landscape expert), Ellen Dewaele (film producer), Jan Hermans (cultuurbeleidscoordinator Gemeente Herzele)

Please send your proposal to info@arpia-art.be - or Arpia vzw, Doornstraat 40, 9550 Herzele.
The deadline for the edition in 2011 is the 15th of june 2011 - The application should include:

• CV/Bio
• Visual of the the idea
• Short motivation/explanation
• Technical info
• Budget (estimate of necessary materials and services)

For more information you can contact Luea Ritter - www.arpia-art.be

vrijdag 29 april 2011

Van productie- naar belevingslandschap

Het buitengebied kampt met een identiteitscrisis. De landbouwlobby vraagt meer vruchtbare landbouwgrond en mogelijkheden om de productiviteit te verhogen; natuurverenigingen eisen meer bos, natuurgebied en ecologische verbindingen; energiebedrijven zoeken assertief naar locaties om windturbineparken te plaatsen; woonuitbreiding infiltreert langzaam in de open ruimte en infrastructuurwerken versnipperen landschappen. Bovendien gaat ook de recreant vaker op zoek naar mooie plekjes om te ontspannen en te genieten. Het groene buitengebied is een ideaal decor hiervoor. Er is een toenemend aantal mountainbikers, fietsers, wandelaars, nordic walkers, ruiters, quadrijders en menners die gebruik maken van bos- en landbouwgebied, land- of verkavelingswegen. De agrarische sector heeft het niet makkelijk door de druk van natuurverenigingen en recreanten. Men kan zich echter afvragen of de landbouwsector überhaupt nog potentie heeft om te groeien in Vlaanderen. Akkers zijn versnipperd, de natuurwetgeving verbiedt het verwijderen van kleine landschapselementen waardoor het gebruik van geïndustrialiseerde machines bijna onmogelijk wordt en het toedienen van meststoffen en pesticiden wordt verhinderd. De enige uitweg is duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling met meer ruimte voor verbreding van de landbouwactiviteiten via toerisme en landschapsonderhoud. Vooraleer deze zijwegen het hoofdinkomen van de landbouwer kunnen compenseren, zal er nog veel moeten veranderen. Men spreekt van een evolutie van een productie- naar een consumptielandschap met ontwikkelingsperspectief voor de leisuresector. Aanleg en onderhoud van nieuwe recreatieve routes, onthaalinfrastructuur, horeca, bezienswaardigheden, themaparken, leisuregebieden en bewegwijzering zijn noodzakelijk om van recreatie een winstgevende industrie te maken. En daar stokt mijn adem. Deze recreatie (r)evolutie is realistisch en biedt mooie economische groeikansen voor een plattelandsregio. Het is niet eens zo moeilijk om het recreatief consumptiegedrag aan te wakkeren. Maar wat met het duurzaamheidsaspect? Is het voldoende om zachte recreatie aan te moedigen of is er meer nodig? De inrichting van duurzame landschappen bijvoorbeeld met aandacht voor identiteit en belevingswaarde. De inrichting van een recreatief landschap moet meer inhouden dan kilometers geasfalteerde fietsroutes. Plattelandsgebieden kunnen evolueren naar belevingslandschappen waar mensen in contact komen met de natuur, met hun identiteit, met schoonheid, verdraagzaamheid en welke waarden ook. Buitengebieden hebben wel degelijk economisch perspectief naast de landbouw (niet ter vervanging van, maar wel complementair). Alleen mag men dezelfde fout niet maken als in de landbouwsector. Groei vertalen in verhoging van de productiviteit is nefast voor ons ecologisch systeem. Dat geldt ook voor recreatie.

dinsdag 26 april 2011

De wandelfilosoof 3


De andere kant

Al meer dan tien jaar wandel ik regelmatig door het Duivenbos, een natuurreservaat in Sint-Antelinks dat beheerd wordt door Natuurpunt. Vorige zaterdag besloot ik om niet mijn vertrouwde pad te kiezen, maar de stippellijntjes aan de andere kant van de Huygeveldstraat uit te proberen. Ik stapte in het begin op bekend terrein, tussen de huizen in de Mulderstraat. Na een 100-tal passen koos ik echter resoluut voor ontdekking. Ik ben nieuwsgierig naar wat onzichtbaar is, naar de wereld achter de haag, om de hoek, voorbij het bos. De ervaring van een ontdekking, openbaring is overweldigend. Het gaat mij niet (altijd) om de stilte of het uitzicht want na een seconde is het nieuwe beeld al niet nieuw meer. Het is al déja vu. Ik liep alsmaar verder langs de onbekende weg en botste telkens weer op dingen die ik niet kende, zelf spotte en alleen beleefde. Als ik thuis kwam, zou ik mijn verwondering kunnen delen met mijn huisgenoten en ze prompt meenemen naar het onbekende land in Sint-Antelinks. Maar ik liet het onbekende onbekend. Ik vertelde alleen dat ik een mooie wandeling had gemaakt.

Achter de akkers van Sint-Antelinks, in de buurt van de Wijwater- en de Koffiestraat bewonderde ik een 360° panoramisch uitzicht, ik hoorde een koekoek, ik zag een koppel kievits en een oude boomgaard op de plek die aangegeven staat als de Oude Plaats. Ik nodig u uit om zelf te gaan kijken en overweldigd te worden.

Goed dat ik nieuwsgierig ben en geïntrigeerd door abstracte lijntjes op topokaarten.

woensdag 20 april 2011

Te volgen...

Een bericht dat, vrij laat gespot maar desalniettemin, mijn bijzondere aandacht trekt, opgepikt via de website van de Vlaamse Landmaatschappij: www.vlm.be


Startconferentie BALANCE


Eind 2010 werd het Europees project BALANCE goedgekeurd. Balance staat voor : ‘balancing nature and recreation in peri-urban and rural areas’. Op woensdag 30 maart 2011 ging het project officieel van start.

Het doel van het project is om in de rand van steden, in bestaande of nieuwe groene gebieden en hun omgeving een duurzame toegankelijkheid voor alle doelgroepen te bereiken. Recreatief gebruik moet tegemoet komen aan de noden en wensen, maar moet ook in evenwicht zijn met het natuurbeheer. BALANCE is een nieuw grensoverschrijdend project dat net hier een evenwicht probeert te vinden.

De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) is hoofdpartner, de overige partners komen uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk.


Het project is goedgekeurd onder het Interreg IVA “2 mers Seas Zeeën” grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma 2007 – 2013, medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Het project loopt tot en met 31 december 2013. Het projectbudget bedraagt 6.696.320 euro waarvan 50 % gecofinancierd wordt door Europa.


Om het projectdoel te halen, worden verschillende acties uitgewerkt :

- het ontwikkelen en onderhouden van natuurgebieden en hun omgeving in randstedelijke en meer landelijke gebieden;

- een verbetering van de toegankelijkheid van deze gebieden;

- uitvoeren van een socio-economisch onderzoek over het recreatief gebruik van deze gebieden;

Publieke participatie is de rode draad doorheen het project. In elke activiteit gaat ook aandacht naar de transnationale meerwaarde. Elke activiteit bestaat uit een aantal subactiviteiten, die kunnen verschillen per projectpartner, maar die samen een mooi geheel vormen.

De VLM heeft als projectregio het plattelandsproject Schelde-Leie aangeduid. Er zijn vooral linken m.b.t. de thema’s Trage Wegen en Lokale sport- en recreatie-infrastructuur.

De volgende activiteiten van het plattelandsproject zullen deel uitmaken van het BALANCE-project :

1. uitvoeren van een studie naar de mogelijkheid om ruiternetwerken aan te leggen (i.s.m. vzw Paardenloket);

2. uitvoeren van een studie landschaps- en natuurontwikkeling gekoppeld aan de Trage Wegen;

3. uitvoering van een deel van het Trage Wegennetwerk;

4. opmaken van een beheersplan Trage Wegen;

5. uitvoeren van een studie naar de potenties en effecten van het toenemend recreatief gebruik voor de lokale economie (i.s.m. UNIZO);

6. ontwikkeling en onderhoud van een website voor het plattelandsproject.


Auteur: VLM Oost-Vlaanderen

dinsdag 29 maart 2011

Vlaamse Ardennendag - zondag 17 april 2011


De Vlaamse Ardennendag is dé trefdag voor alle gezinnen en organisaties met een hart voor natuur, bos en landschap in de Vlaamse Ardennen. Er wordt een ruime waaier aan activiteiten aangeboden zoals landschapswandelingen, workshops, demonstraties, ...

In de voormiddag maak je kennis met het unieke Koppenbergbos, waar de nieuwe wandelinfrastructuur officieel ingehuldigd wordt. De boswachter neemt je mee op een korte wandeling die je laat proeven van de waaier aan wandelmogelijkheden die dit bos rijk is.
In de namiddag staat het Volkegembos in de kijker. Naast infostands en leuke activiteiten ter plaatse kun je er de mooiste plekjes bos en natuur in de buurt verkennen. Nieuwe wandelpaden worden die dag officieel ingewandeld en brengen je naar het nieuw stadsbos. Je kan op je fiets verschillende realisaties van het landschapsteam verkennen of je kan kiezen voor een landschapswandeling met of zonder gids. Wie zich wil specialiseren in een bepaald thema, kan ter plaatse terecht op informatiestanden en op de themawandelingen van de vele organisaties die meewerken aan het promoten en beheren van natuur en landschap in de streek.

Programma:
- Voormiddag: Wandelen in het Koppenbergbos met de boswachter. Vertrek stipt om 10u45. Einde omstreeks 12u. Parkeren kan langs de Hospitaalweg en Oude steenweg.

- Vanaf de middag: Niet begeleide landschapswandelingen en fotozoektocht in het Volkegembos.Doorlopend vertrek van 14u tot 16u00

Elk kwartier start ook een begeleide landschapswandeling of een themawandeling in het Volkegembos.
Om 14u15 vertrekt de fietstocht, thema landschapszorg.

- Doorlopend van 14u tot 17u30: Infostanden van verschillende organisaties actief rond natuur en landschap in de Vlaamse Ardennen, demonstratie groen houtwerk, demonstratie en verkoop van verrekijkers en telescopen door Optiek Van Ommeslaeghe, fotozoektocht, kinderactiviteiten, vogelobservatie, bar ,…

- 17u15: Slotmoment: Vrijlating van herstelde vogels en uitreiking diploma’s nieuwe natuurgidsen.

De deelname aan de Vlaamse Ardennendag is gratis.
De grote tent op de Rogier van Brakelstraat is toegankelijk voor rolstoelgebruikers. De wandelingen zijn echter niet geschikt voor rolstoelgebruikers of kinderwagens.

De Vlaamse Ardennendag is een organisatie van Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen, Natuurpunt, Agentschap voor Natuur en Bos, Stad Oudenaarde.


www.vlaamseardennendag.be

info@vlaamseardennendag.be
Tel: RLVA 055/207265.

maandag 28 maart 2011

De wandelfilosoof 2

Zaterdag 26 maart kon ik heel wat kilometers sprokkelen. Om 10u30 duwde ik het poortje van de oude steenbakkerij in de Kauwstraat open. De site is ondanks de kunstingrepen van afgelopen zomer nog steeds een eenzame plek, ik bedoel: het is er niet drukker of minder stil dan anders. Toch is er iets veranderd, het unieke gebouw is zijn mystieke kracht verloren. Zijn ziel is aangetast, doorgrond, zijn aanwezigheid is niet langer tijd- en functieloos. Desalniettemin slenter ik tot aan het takkenwerk van Bob Verschueren. Ik bedenk dat we een plan moeten uitwerken voor het onderhoud van het terrein. Nu de paarden hun biotoop gedwongen hebben verlaten, zal iets het gras in toom moeten houden... meer dan een paadje mag het niet zijn...
Het grijpt me niet, deze ontmoeting met de kunst in dit landschap. Ik wil hier weg. Niets houd me daar, zelfs geen wandelaar. Ik loop terug naar de straat en door het poortje naar de overkant. Ik daal af naar de poel en voel meteen de lente. Overstelpt word ik door geluiden en geuren. ik word aangetrokken door 1001 prikkels en voor ik het weet zijn we een uur later. Amper 2 kilometer heb ik gewandeld, maar het voelt als een kuur van dagen. Met tegenzin zet ik de klim naar het hoogste punt van Herzele in. Dat punt bevindt zich in mijn tuin. Niet veel later stap ik in de auto en begeef me naar Kerzelare waar mensen op me wachten om te wandelen. Ik neem ze mee van (Edelare)berg tot (Maarkebeek)dal en vertel het verhaal van de Vlaamse Ardennen, een verhaal dat 40 miljoen jaar geleden begon, een verhaal van water en wind, van Valerius De Saedeleer tafereeltjes, van holle wegen en getuigenheuvels, van een rozenkrans voor de zoete onze-lieve-vrouw, van bosanemonen en een solitaire boom. Deze eenzaat heeft zijn ziel niet verloren. De zon houdt ons gezelschap tot de laatste druppel van Adriaan Brouwer is opgedronken.