Verkenning van een land-schap

Trivialiteiten en andere waardevolle verhalen gesprokkeld langs Vlaamse Ardennen wegen.
Posts tonen met het label Vlaamse Ardennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vlaamse Ardennen. Alle posts tonen

dinsdag 4 oktober 2011


Persbericht:

BEUKENHOF-PHOENIX GALLERIES


TENTOONSTELLING: VAN 7 OKTOBER TOT 6 NOVEMBER 2011


Nadine FIÉVET
Clemens HEINL
Karel MOORTGAT



In collection: G. Aumayer, H. Decavata, F. Derie, D. Fournier, Gaudin, R. Haeck,
D. Martens, D. Michiels, Morlaine, A. Steurbaut, P. Willequet, W. Zelmer

Vernissage vrijdag 7 oktober vanaf 19 u

Beukenhof Ronde van Vlaanderenstraat 9 - 11 9690 Kluisbergen
www.beukenhof.com - info@beukenhof.com - +32 (0)55 38 83 87

vrijdag 2 september 2011

KUNST & ZWALM 2011


(c) Kunst & Zwalm

De biënnale Kunst & Zwalm integreert kunst in het landschap en het sociale weefsel van Zwalm (Vlaamse Ardennen). Dit jaar hebben Engelse, Franse en Belgische kunstenaars de opdracht gekregen om de grenzen af te tasten van publieke en privé ruimten. Begin dit jaar overleed Patrick Merckaert, de bezieler van Kunst & Zwalm. Hij tekende nog de krijtlijnen uit voor deze editie, maar moest onverwacht afscheid nemen en liet een bevreemdende leegte achter bij familie, vrienden, kennissen. Uit respect en als hommage aan Patrick, werd in het jachthuis van het kasteel van Beerlegem een installatie van de kunstenaar (Lèvres, sourire, secret) heropgebouwd. De brochure van K&Z vermeldt: "Net als Patrick zelf, straalt deze installatie een en al vriendschap, eenvoud en discretie uit".


Verder is er op diverse plaatsen ook werk te zien van Patrick Van Caeckenbergh (B), Johan Creten (B), Jan Williams & Chris Teasdale (UK), Goele De Bruyn (B), Jo Lathwood (UK), Djos Janssens (B), Stéphane Cauchy (F), La 'S' Grand Atelier/De Zandberg (B), David Blandy (UK), Fia Cielen (B), Sylvain Cosijns (B), Adriaan Verwée (B), Arnaud Verley & Philémon (F), Nicolas Durand (F), Karl Philips (B), Pieterjan Ginckels (B).

Er werd een route uitgestippeld langsheen de kunstwerken en in een brochure weergegeven. Het parcours kan best afgelegd worden met de fiets want heel wat plekken zijn niet bereikbaar met de auto. Toegang met routegids kost 3 euro. Kinderen tot 12jaar gratis. Met het project K&Z/KIDS: verboden voor 14+ werd een speciaal programma uitgewerkt voor kinderen.
Start en aankomst: PNEC De Kaaihoeve, Meilegem.

Meer info over K&Z op www.kunst-en-zwalm.be

zondag 7 augustus 2011

Half om half ... met trein, bus en plooifiets

Een regenachtige doch warme woensdag ergens begin augustus. Toeristisch hoogseizoen heet dat. Niets van te merken in de Vlaamse Ardennen. Toch wou ik de sfeer van vakantie opsnuiven in het land van de ronde, waar koers en landschap als een getrouwd koppel samenleven. Eigenzinnig als ik ben, besloot ik het op mijn manier te doen. Met de fiets, langs hellingen en masserende kasseien, maar zonder drang om fysieke grenzen te verleggen en mét de aankoop van de laatste jaren: mijn geliefde Brompton. Het lijkt tegenstrijdig, maar zowel uitdaging als luiheid typeren mijn karakter. Vandaar misschien de combinatie openbaar vervoer en vouwfiets. Als je de wielermythologie wil begrijpen, moet je de Olympus beklimmen en dus je kont in het zadel hijsen en afzien.

Ik kan tot op zekere hoogte wel in meegaan in een trapmanie, maar ben ook niet te beroerd om (veelal uit noodzaak) af te stappen. Halfweg de top kom je immers wonderen tegen die bergen kunnen verzetten: gave uitzichten, getormenteerde bomen,pittoreske bouwwerkjes en uitnodigende kroegen (zoals 't hof Wijmier). Als ik Foreest doortrappend wil oprijden, dan doe ik dat toch! Ook al ligt dat niet echt binnen het bereik van een vouwfiets. En na al mijn versnellingen te hebben opgebruikt, laat ik mij met genoegen uitlachen door een perfect acterend achterwerk van een vlotte vijftiger die bovendien op een zekere Clooney gelijkt en mijn kruistochtervaring zowaar erotisch kleurt. U begrijpt dat mijn ritje in meer dan één opzicht een meevaller was.

Mijn ronde startte in Herzele op de Groenlaan waar ik mijn plooifiets voorbereidde op het avontuur van zijn leven. Mijn Brompton meende alles al gezien en beleefd te hebben vermits hij dagelijks doodsbedreigingen incasseert in Brusselse steegjes en avenues. Makkie dus, die eerste kilometers naar het station van Zottegem. Jeanine van 't Brouwershof (naast Brouwerij Crombé) begreep mijn nonchalante parkeerzwaai niet, verbaasde zich over mijn minifiets en trakteerde mij op een spannende stadslegende en een tragisch verhaal over de teloorgang van de 33 Zottegemse brouwerijen. De laatste sluit binnenkort zijn deuren en de resterende Zottegemse bieren zullen voortaan in West-Vlaanderen worden gebrouwen.

De treinrit van Zottegem naar Oudenaarde was kort en intens. Je passeert mooie landschapjes en je prijst je gelukkig dat het traject nog niet ingebermd is. Hier kan je nog genieten van de traditionele Vlaamse achtertuinen met hokjes, droogmolens, borders en zelfs grazende koeien in een van oudsher natte weide. Hopelijk haalt het genot van het reizen het hier op snelheid en sleurt Infrabel de reiziger niet tussen een betonnen koker waardoor ons cultureel landschappelijk bewustzijn weggezogen en gekatapulteerd wordt naar een non plaats in een non tijdperk.

Wie zich een klein beetje voorbereid op een fietstocht door de Vlaamse Ardennen, weet dat zo een reis puur uit koersliefde start in het Centrum Ronde van Vlaanderen. Oudenaarde en het Centrum zijn zowaar de enige plekken waar ik tijdens mijn trip toeristen ben tegen gekomen. In Brasserie de Flandrien is het 's middags gezellig druk en de bezoekers laten zich de Croque Masseur en de proloog-drankjes welgevallen. Ik ging er na een pittig dagsoepje snel vandoor met mijn vouwfiets want bedrijvigheid brengt mij uit evenwicht. Zeker als alle blikken gericht zijn op het compacte klompje wielen en trappers dat netjes opgeborgen stond tussen de brasserietafels. De eenzaamheid op de fiets bracht rust, ik keerde de stad de rug toe via de oude Scheldekaaien en langs de Vlaamse Ardennendreef waar ik al een eerste keer snelheid minderde om de geteugenheuvels in de verte te kunnen onderscheiden. Het plateau van Edelareberg is een schitterende kennismaking met de Vlaamse Ardennen. Je ziet in de verte de kerktorens van Oudenaarde, de Schelde- en de Maarkebeekvallei, Koppenbergbos, Kwaremont, de Hotond. Als je een topografische kaart bij de hand hebt is het makkelijker om het landschap te onderscheiden en te doorgronden. Voor mij een openbaring.

Ik fietste van Oudenaarde naar Etikhove en Schorisse in Maarkedal. Onderweg liet ik mij verrassen door de schoonheid van Ladeuze, de landschappen van Valerius De Saedeleer, Villa Tynlon, 't Hof te Cattebeke, de Taaienberg en de Bossenaremolen, de bramentuin in de Ganzendries waar meer dan 40 verschillende soorten bramen aanwezig zijn, de Ronde van Vlaanderen kapel inclusief frisdrankautomaat op de hoek van de Hessestraat en de Beekkant in Horebeke. Het meest van al genoot ik op Foreest, een met groen begrensde slingerende holle weg met zicht op berg en dal in de Vlaamse Ardennen. Ik haalde de top niet, wat niet alleen de schuld was van de vouwfiets, maar ook van mijn onstuitbare drang om stil te blijven staan bij de schoonheid die opdook tussen de hagen en bomenrijen.

Na mijn passage aan het landschappelijk wondermooi Burreken (natuurreservaat) reed ik richting Zegelsem, Elst en Michelbeke om via Erwetegem uiteindelijk terug in Herzele te belanden. Het was mijn plan geweest om tussentijds even de Belbus te nemen, maar de goesting om te (vouw)fietsen was te groot. Ik heb op bijna elke helling de trappers gelost (al dan niet verplicht), maar zonder enige teleurstelling want wat ik zag was overweldigend. Ik liefkoosde naast de Taaienberg en Foreest ook de Ledeberg en de Berendries en raakte overdonderd door de kasseien van Zegelsem. Je ziet het landschap bewegen voor je ogen, je ziet de huizen samenklitten en terug openschuiven, je ziet brede en smalle wegen die boven en onder het maaiveld duiken, je ziet ze plots zwenken om even later terug strak de rechte lijn naar het volgende dorp te volgen, je hoort en ziet wind- en watermolens,je ruikt de seizoenen en de zwetende helden in de te kleine cafeetjes. Ik heb die beruchte woensdag opnieuw de geur van de Vlaamse Ardennen geroken. Dit wordt zeker vervolgd...

Praktisch:

Gevolgde knooppunten na de start aan het Centrum Ronde van Vlaanderen:
39 - 25 - 30 - 32 - 35 - 38 - 37 - 40 - 43 - 70 - 68 - 12 - 15 - 19.

dinsdag 29 maart 2011

Vlaamse Ardennendag - zondag 17 april 2011


De Vlaamse Ardennendag is dé trefdag voor alle gezinnen en organisaties met een hart voor natuur, bos en landschap in de Vlaamse Ardennen. Er wordt een ruime waaier aan activiteiten aangeboden zoals landschapswandelingen, workshops, demonstraties, ...

In de voormiddag maak je kennis met het unieke Koppenbergbos, waar de nieuwe wandelinfrastructuur officieel ingehuldigd wordt. De boswachter neemt je mee op een korte wandeling die je laat proeven van de waaier aan wandelmogelijkheden die dit bos rijk is.
In de namiddag staat het Volkegembos in de kijker. Naast infostands en leuke activiteiten ter plaatse kun je er de mooiste plekjes bos en natuur in de buurt verkennen. Nieuwe wandelpaden worden die dag officieel ingewandeld en brengen je naar het nieuw stadsbos. Je kan op je fiets verschillende realisaties van het landschapsteam verkennen of je kan kiezen voor een landschapswandeling met of zonder gids. Wie zich wil specialiseren in een bepaald thema, kan ter plaatse terecht op informatiestanden en op de themawandelingen van de vele organisaties die meewerken aan het promoten en beheren van natuur en landschap in de streek.

Programma:
- Voormiddag: Wandelen in het Koppenbergbos met de boswachter. Vertrek stipt om 10u45. Einde omstreeks 12u. Parkeren kan langs de Hospitaalweg en Oude steenweg.

- Vanaf de middag: Niet begeleide landschapswandelingen en fotozoektocht in het Volkegembos.Doorlopend vertrek van 14u tot 16u00

Elk kwartier start ook een begeleide landschapswandeling of een themawandeling in het Volkegembos.
Om 14u15 vertrekt de fietstocht, thema landschapszorg.

- Doorlopend van 14u tot 17u30: Infostanden van verschillende organisaties actief rond natuur en landschap in de Vlaamse Ardennen, demonstratie groen houtwerk, demonstratie en verkoop van verrekijkers en telescopen door Optiek Van Ommeslaeghe, fotozoektocht, kinderactiviteiten, vogelobservatie, bar ,…

- 17u15: Slotmoment: Vrijlating van herstelde vogels en uitreiking diploma’s nieuwe natuurgidsen.

De deelname aan de Vlaamse Ardennendag is gratis.
De grote tent op de Rogier van Brakelstraat is toegankelijk voor rolstoelgebruikers. De wandelingen zijn echter niet geschikt voor rolstoelgebruikers of kinderwagens.

De Vlaamse Ardennendag is een organisatie van Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen, Natuurpunt, Agentschap voor Natuur en Bos, Stad Oudenaarde.


www.vlaamseardennendag.be

info@vlaamseardennendag.be
Tel: RLVA 055/207265.

vrijdag 23 april 2010

Erfgoeddag in Velzeke


Hoe fake kan erfgoed zijn? Op zondag 25 april probeert Vlaanderen daar een antwoord op te formuleren tijdens Erfgoeddag. Het Provinciaal Archeologisch Museum in Velzeke neemt elk jaar deel aan deze succesvolle publieksdag rond cultuur en erfgoed. Ook dit jaar wordt opnieuw ingespeeld op het algemene thema. Deze editie komt al wat 'Fake' is aan bod. In Velzeke vertaalt zich dat in echte of fake juwelen. De bezoeker kan er naar een tentoonstelling over echte Romeinse juwelen, maar ook live de productie van replica's meemaken.

In 'te bot of niet te bot' vertelt een archeoloog wat men te weten kan komen uit de analyse van menselijke beenderen. De leeftijd en het geslacht van de overledene bijvoorbeeld, maar ook het ziektebeeld waaraan hij of zij is gestorven.

Kan het nog faker dan een oldtimer rondrit met tweewielers, auto's en tractoren. Is een oldtimer erfgoed? En is het al 'echte' oldtimer wat blinkt? Het pam werkt samen met de 4de Ronde van Vlaanderen voor Oldtimers met een rit van en naar Oudenaarde.

In het kader van de week van de amateurkunsten komen coverbands het beste van zichzelf geven.

Meer info: www.pam-velzeke.be, Tel: 09-360 67 16
Provinciaal Archeologisch Museum Velzeke
van 10.00 tot 18.00 uur
Paddestraat 7, Velzeke (Zottegem)

woensdag 3 maart 2010

Landschapswandeling Edelareberg

Wind en water hebben het landschap in de Vlaamse Ardennen eeuwen geboetseerd. De heuvels met hun grillig reliëf, de kronkelende beken, brede riviervalleien, asymmetrische dalen en open kouters zorgen voor gevarieerde en uitgestrekte zichten die vaak kilometers ver reiken. Dankzij hun grote mate aan gaafheid, authenticiteit en natuurlijkheid worden de Vlaamse Ardennen niet alleen als landschappelijk waardevol, maar ook als ‘’idyllisch” beschouwd.

Wie vanuit Oudenaarde dat mooie landschap te voet wil verkennen, loodsen we graag mee naar Edelareberg, een plek waar we een geologisch, religieus, cultuurhistorisch, ecologisch en esthetisch verhaal kunnen vertellen over de Vlaamse Ardennen...

Praktisch:
Start van de wandeling: Oudenaarde Administratief centrum, Tussenmuren.
Afstand: 9,6 km
> 10 % onverharde wegen
Handig: verrekijker, laarzen of stevige wandelschoenen
Plan beschikbaar op Routeyou


Scheldebocht
De tocht vertrekt stroomopwaarts langs de Schelde, weg van het stadscentrum. Net voorbij de brug neem je het pad langs de spoorweg of volg je een onverhard paadje in het natuureducatief park ’t Spei. Dit ‘nieuw’ ingericht landschap lag vroeger aan de andere oever van de Schelde. De rivier maakte hier immers een grote bocht tot in Leupegem. In1884 werd de Scheldebocht artificieel afgesneden en recht getrokken. In ’t Spei kan je kennismaken met de diverse kleine landschapselementen die voorkomen in de Vlaamse Ardennen: knotrijen, een poel, hakhoutbosjes, hakhagen en struweel. Als je ter hoogte van het spoorwegtunneltje terug op de weg komt en rechts de mooie knotrij volgt, passeer je langs het deels overgroeide 12de-eeuwse schipperskerkje. Echt zeker van de functie is men niet. Het kan net zo goed een schuur zijn geweest. Hier herinneren de straatnamen aan de vroegere Scheldeoever: ‘Jan Baptist Eeckhoutskaai’ en ‘Armenlos’ (los der armkaai).
Volg de weg tot je aan de N8 komt en sla links af richting Aalst. Voor je aan de lichten komt, sla je rechts af in het voetgangerssteegje. Volg de Groene wandeling en klim op tot in de Vlaamse Ardennendreef. Eens je boven de huizen uitstijgt, heb je een uniek zicht over de Koppenberg, de getuigenheuvels, de Maarkebeekvallei en de Scheldevallei.

Vergezicht Koppenberg

In de verte (zuid-zuidwesten) zie je de Koppenberg die op de toppen bedekt is met een beukenbos. Deze kathedraalbossen komen wel meer voor in de Vlaamse Ardennen. Je vindt ze ook in Brakelbos, Kluisbos en het Muziekbos. Dat er bossen aanwezig zijn op de hoogte stoppen heeft te maken met de ondergrond waar veldsteen of ijzerzandsteen voorkomt en dus ook minder geschikt is voor de landbouw. De hoogstammige beukenbossen die je vandaag tegenkomt zijn geen natuurlijke bossen, zij werden aangeplant in de tweede helft van de 18de eeuw. De natuurlijk bosvegetatie zou eiken-beukenbos zijn. Het Agentschap voor Natuur en Bos vormt de kathedraalbossen stilaan opnieuw om tot gemengde bossen.

Dichterbij ontdek je heel wat kleine landschapselementen zoals knotrijen, hak- en meidoornhagen. Als je goed kijkt, merk je dat ze structuur geven aan het landschap. Ze zomen wegen en percelen af, vormen lijnelementen en benadrukken op die manier het reliëf.
"Als je goed kijkt, merk je dat ze structuur geven aan het landschap."
Volg de weg verder tot je aan een kruispunt komt. Kijk goed om je heen en analyseer wat je ziet. Je bent nu bijna op het hoogste punt van de kouter. De mens heeft hier in de loop der eeuwen zijn stempel gedrukt door akkers aan te leggen, boerderijen neer te zetten, hagen aan te planten, religieuze bouwwerkjes te integreren, en meer recentelijk fiets- en wandelroutes te voorzien. Net voor het meer noordelijk gelegen bos staat een netjes geschoren en rechtlijnige haag, wat uiteraard wijst op een menselijke invloed. Dit is de rand van het park rondom het Kezelfort.

Kezelfort
Het Kezelfort is een militair bouwwerk dat in 1822 onder Hollands bewind is opgezet.
Het fort maakt deel uit van de Wellingtonbarrière, een buffer gebouwd na de val van Napoleon om de Lage Landen te beschermen tegen eventuele nieuwe Franse aanvallen. Op de kaarten is de typische vijfhoek nog goed zichtbaar. Van het oorspronkelijk fort resten vandaag alleen de grachten, de wallen en de onderaardse gangen. De gangen doen nu dienst als vleermuizenverblijfplaats. De beroemde burgemeestersfamilie Thienpont uit Maarkedal bouwde eind 19de eeuw een lusthof op het domein. De neogotische toren met belvédère is nog aanwezig.

Bronniveau
Je verlaat de kouters via een onverharde weg door een schitterend cultuurlandschap met historisch permanente graslanden, oude kaphagen, knotrijen en een uitgesproken reliëf. Dit is een esthetisch zeer aantrekkelijk brongebied. Je daalt via deze vochtige zone af naar de beekvallei. De oude boerderijen die ook al op de Ferrariskaart (1778) terug te vinden zijn, staan hier niet toevallig. Ze zijn gelegen in de nabijheid van de bronnen en op de grens tussen kouters en weilanden. De aanwezigheid van talrijke bronnen heeft te maken met de verschillende lagen in de ondergrond. Kleilagen worden afgewisseld met zandlagen. Omdat het water wel door zand maar niet door klei sijpelt, ontstaat er een watertafel bovenop de kleilaag. Het water zoekt zich via de helling een weg naar de oppervlakte. Daar waar door erosie de kwartaire leemlaag is verdwenen, vloeit het water naar buiten en heb je een bron. In deze zone zijn er verschillende bronniveaus.

Mesofiel bos met voorjaarsflora
Wat verder passeer je door een bos dat ook al op de Ferrariskaart is aangeduid. Het karakter van deze oude bossen is zichtbaar anders dan dat van de eentonige kathedraalbossen op de getuigenheuvels. De vochtige bossen in brongebied worden gekenmerkt door de aanwezigheid van voorjaarsflora. Als je hier voorbij wandelt in april of mei, word je betoverd door een tapijt van bloemen. De vorm van de bomen verraadt een hakboutbeheer. Dat merk je aan de tros smalle stammen die als een waaier opgaan. Een schril contrast met de hoogstammige beukenbossen op de hoogste toppen van de Vlaamse Ardennen.

Maarkebeelvallei: asymmetrisch dal
Als je uit het bos komt op een T-kruispunt, ga je naar rechts en onmiddellijk weer links een paadje in langs de Maarkebeek. Hier zie je duidelijk de asymmetrische vorm van de vallei met links de steile helling en rechts van de beek een zacht opgaande kouter. Ook dit is typsich voor de Vlaamse Ardennen. Bijna alle asymmetrische dalen in de Vlaamse Ardennen zijn op dezelfde manier georiënteerd, met een steile oost- of noordhelling en een zachte west- of zuidhelling. Dit is het resultaat van ingrijpende erosieprocessen in de ijstijd. Zon, wind en sneeuw maakten de west- en zuidhellingen gevoeliger voor bodemerosie.

Ladeuzemolen
Als je op de weg komt (Ladeuze) met links van je een vierkantshoeve en rechts een brug over de Maarkebeek, sla rechts af. Loop tot aan de Maarkebeek. Aan de linkerkant zie je de Ladeuzemolen. Deze bovenslag watermolen dateert van voor 1500 en hing af van het verdwenen kasteel van Ladeuze. Het was toen een koren- en oliemolen. Het gebouw is sinds 1975 bewoond. De molen is niet meer maalvaardig. De Vlaamse Ardennen zijn rijk aan dergelijke watermolens. Het molentoerisme in de Zwalmstreek kent sinds de jaren 1970 een gigantisch succes. De meeste watermolens bevinden zich langs meanderende beken (zoals de Maarkebeek en de Zwalm) met een groot debiet. Deze beken overbruggen vaak een groot hoogteverschil op een beperkt aantal kilometers waardoor het water veel energie in zich draagt.
"De Vlaamse Ardennen zijn rijk aan dergelijke watermolens."
Ferraris
We hebben al een paar keer verwezen naar de historische Ferrariskaart. De helling die we afdaalden (van de kouters tot de Ladeuzemolen) en straks weer naar boven klimmen, ligt in een gebied met veel herkenningspunten op de Ferrariskaart. Herinner je de oude hoeves op de grens tussen de kouter en de weilanden, het oud bos en de Ladeuzemolen. Op de Ferrariskaart zie je ten noorden van de Maarkebeek een grote aangelegde tuin of park. Die is vandaag helemaal verdwenen. Het bosje en de hoeve meer noordelijk op de flank zijn er wel nog.

Ga terug over de Maarkebeek via Ladeuze en sla de weg rechts in aan de gebouwen.
Volg de weg rechtdoor langs de vierkantshoeve naar boven. Je klimt straks steil omhoog langs het bos tot aan de weg die gaat naar de gerenoveerde boerderij. Sla hier links af aan de rand van het bos. Neem rechts aan de splitsing. Je komt nu via een holle weg terug op de kouters. Aan het kruispunt sla je rechts af tot aan de betonnen platen. Daar loopt een voetweg tot aan de N8. Hier houden we even halt in bij ‘Jan van Gent’ voor een lekkie, een streekbier en eventueel een pannenkoek.

Kerselare
Kerselare is van oudsher een bedevaartsoord. Het eerste houten kapelletje dateert van 1455. In 1570 werd naast de kleine kapel een grotere gebouwd, die brandde volledig af in 1961. Ze werd vervangen door de huidige moderne betonnen kapel van de hand van architect Juliaan Lampens. Sinds 1953 troepen in Kerselare op Hemelvaartsdag auto’s, moto’s en vrachtwagens samen voor een autowijding.

Volg de N8 richting Oudenaarde tot aan het kruispunt en sla links af in de Ladeuzestraat. Aan het eerste kruispuntje neem je rechts de Ommelozen boom. Hier kom je op het parcours van de Lange Ommegang van Kerselare.


Rozenkrans
De ommegang omvat15 arduinen kapelletjes. Elk kapelletje stelt een van de blijde, droeve of glorievolle mysteries van de rozenkrans voor. Tussen twee staties is er telkens tijd voor een gebed. Je bevindt je op het hoogste punt van Edelareberg waar je een prachtig panoramisch zicht hebt over de streek.
"Als de avondzon door het wijkende wolkendek priemt en de mist over de Scheldevallei hangt, kan een ontmoeting met God hier niet ver af zijn..."
Solitaire boom
Wat verder kom je een oude solitaire boom tegen. Vaak werden bomen geplant op de hoek van een perceel om het einde van zijn eigendom te kunnen zien van op de boerderij. Je vindt vaak oude linden op de kruising van wegen. Solitaire bomen kunnen echter ook restanten zijn van dreven, houtkanten of erven.

Holle weg
Volg de weg verder tot de hoek van de straat waar opnieuw een kapelletje staat. Ga rechtdoor en neem de onverharde weg. Je komt nu in en prachtige holle weg met houtkanten van meidoorn en sleedoorn, beide inheemse struiksoorten die interessant zijn voor vogels. In landbouwgebieden met uitgestrekte akkers en monocultuur fungeren holle wegen en houtkanten als noodzakelijke verbindingswegen voor fauna en flora.
"Holle wegen hebben een interessante ontstaansgeschiedenis."
Holle wegen hebben een interessante ontstaansgeschiedenis. Natuurlijke geulen die water afvoerden, werden door de mens soms gebruikt als verbindingswegen. De natuur kreeg vrij spel omdat men met paard en kar de geulen dieper maakte waardoor de geul holler werd. Sommige wegen, zoals deze, werden zeer diep uitgesneden. De begroeiing bestond veelal uit kaphout en struikgewas. Men liet hier en daar een boom staan, de rest werd gebruikt als geriefhout.

De weg loop verder door tot aan de grote hoeve in de Markebeekvallei. Als je op de verharde weg komt, neem je rechts. Je bent nu op de terugweg naar Leupegem. Eens je op de N46 komt, keer je terug naar het Adminstratief centrum zoals je bent gekomen.

Meer info over deze route: Chris De Smedt, www.copynotes.be

dinsdag 23 februari 2010

Landschap en recreatie


Bij het analyseren van strategische beleidsplannen voor toerisme en recreatie valt het op dat het landschap en de publieke ruimte zelden aan bod komen en slechts summier aandacht krijgen bij de ontwikkeling van toeristisch-recreatieve producten. Veel toeristische regio’s slagen er niet om de streekidentiteit te vertalen naar concrete producten en als hefboom te gebruiken in de toeristisch-recreatieve ontwikkeling.

De rol van het landschap in toerisme en recreatie
Dat een mooi landschap belangrijk is voor de belevingswaarde van de toerist en recreant wordt intuïtief wel aangevoeld. Maar om een investering in het landschap in het kader van toerisme en recreatie te verantwoorden, zijn blijkbaar heel wat argumenten nodig. Het landschap holistisch benaderen, vanuit verschillende domeinen en invalshoeken, kan hierbij helpen. De ontwikkeling van een recreatief landschap moet geïntegreerd gebeuren, rekening houdende met diverse landschappelijke waarden.

De fysisch-geografische elementen (reliëf, water, bodem en beplanting) beïnvloeden zowel het landschapstype (decor) als de recreatieve potenties van een gebied. De aanwezigheid van bos en water bieden specifieke recreatieve mogelijkheden. In heuvelachtig gebied is de moeilijkheidsgraad van fietsroutes anders dan in een valleigebied.

De cultuur-historische elementen hebben een invloed op de identiteit van de regio en bepalen het cultuur-toeristisch en recreatief aanbod. Een regio met veel middeleeuws erfgoed zal een ander type themaroutes of erfgoedwandelingen aanbieden dan een regio met veel industrieel erfgoed.

De gebruikswaarde van het landschap hangt af van de omvang en aard van het recreatief netwerk. De inrichting van degelijke routestructuren en onthaal faciliteiten zal een invloed hebben op de beoordeling van het gebied door toeristen en recreanten. Ook de bereikbaarheid via het wegennet en openbaar vervoer bepaalt of een toerist al dan niet voor een regio zal kiezen.

De belevingswaarde van het landschap door toeristen of recreanten hangt onder andere af van de visuele aantrekkelijkheid. Wat toeristen als ‘mooi’ of ‘aantrekkelijk’ aanzien is persoonlijk en tijdsgebonden. Natuurlijkheid, authenticiteit, gaafheid, kleinschaligheid en het afwezig zijn van storende visuele voorwerpen zijn doorslaggevende elementen. Maar de toerist uit de jaren zeventig heeft andere verwachtingen van het landschap dan de recreant in de jaren 2010. Maatschappelijke trends en ruimtelijke veranderingen spelen immers ook een rol. Welke waarde een toerist of recreant aan het landschap hecht, moet dus het onderwerp uitmaken van een studie.

De herkenningswaarde van een toeristisch of recreatief gebied is vooral van belang bij het communiceren met de toerist of recreant. De beelden die gebruikt worden in de communicatie roepen een associatie op. Toeristen voelen zich aangetrokken of niet. De herkenningswaarde hangt nauw samen met de leesbaarheid en de uitstraling of het imago van het landschap. Inrichting kan daar een belangrijke rol in spelen.

Streekidentiteit
Toerisme heeft nood aan profilering. In het kader van een beleidsplan voor toerisme lijkt het mij dan ook logisch dat er meer aandacht gaat naar identiteit. De identiteit van een regio wordt bepaald door de fysische elementen en de occupatiegeschiedenis. Alle (visuele) elementen die een uiting zijn van de cultuur (zowel historische als hedendaagse), bepalen mee het profiel en de identiteit van de regio.

Naast identiteit is uniciteit evenzeer van belang in de profilering van een toeristische regio. Men moet zich niet alleen afvragen ‘wie zijn we?’, maar ook ‘waar zijn we uniek in?’ De combinatie van deze twee elementen bepaalt het profiel. En aangezien het landschap dynamisch is, kan ook het profiel en de identiteit van een regio evolueren in de tijd. De fysische structuren die een constante zijn in het landschap, vormen het raamwerk waarbinnen andere accenten kunnen worden gelegd.


Recreatief landschap
De ontwikkeling van een recreatief landschap heeft veel te maken met de gebruikswaarde van de regio. De basisvoorwaarde voor recreatie bestaat uit een goed uitgebouwd recreatief netwerk. Dat netwerk is maar een deelaspect van een duurzaam recreatief landschap. De fysische structuur van het landschap vormt immers de ruggengraat van het recreatiegebied. Daarnaast zijn ook de inrichting met rand- en onthaalinfrastructuur en de visuele aantrekkelijkheid van groot belang. Deze visie op een duurzaam recreatief landschap is gebaseerd op de lagenbenadering die men ook hanteert voor het ontwikkelen van een duurzame open ruimte. In een gebied zoals de Vlaamse Ardennen zou dit kunnen betekenen dat de getuigenheuvels en de valleien het kader vormen en voor een groot deel de identiteit van de regio bepalen, de kasseiwegen en het recreatief netwerk vormen de infrastructuurlaag die noodzakelijk is om de gebruikswaarde van de regio te stimuleren. De vele wind- en watermolens in het landschap en de immateriële erfgoedbetekenis van de Ronde Van Vlaanderen spelen een rol in de herkenningswaarde. Alle lagen zijn voorwaarde voor een succesvolle toeristisch-recreatieve ontwikkeling.

Aandacht voor het landschap
Investeren in het behoud en de ontwikkeling van een aantrekkelijk landschap in het kader van toerisme en recreatie, lijkt meer dan gewenst. Dit is ook de conclusie van het Nederlandse LNV(1) -rapport ‘Investeren in het Nederlandse Landschap. Opbrengst: geluk en euro’s’. Hierin wordt de investering in het Nederlandse Landschap gemotiveerd met behulp van een kwalitatieve en een kosten-batenanalyse. De becijfering van wat de investering kost ten opzichte van de voordelen die de maatschappij eruit haalt, illustreert de rechtvaardiging van inrichting en onderhoud. In de conclusie worden de baten voor recreatie en toerisme benadrukt. Hiermee wil ik aangeven dat in het kader van een recreatie- en toerismebeleid zowel de aandacht voor als de investering in het landschap gerechtvaardigd zijn.

Inrichtingvisie
Dat de inrichting van het toeristisch recreatief landschap duurzaam moet worden aangepakt met maatregelen die zich situeren op verschillende niveaus, is evident.
Wil men een gebied toeristisch-recreatief ontwikkelen door te investeren in een recreatief landschap, dan zal men de inrichtingsmaatregelen moeten afwegen tegen zowel de potenties van het gebied als de motivaties van de gebruikers (toeristen of bewoners). Gaat het om een gebied aan de rand van een stad of een gebied met weinig belevings- en herkenningswaarde, dan is een recreatieve inrichting met een focus op infrastructuur (netwerken, onthaalfaciliteiten, randinfrastructuur) aangewezen. In gebieden die aansluiten bij de stad kan men zelfs zoeken naar zones voor intensieve recreatie.
Buitengebieden met een hoge belevings- en herkenningswaarde of een uitgesproken streekidentiteit hebben grote potenties voor toerisme. In dit geval moet men extra aandacht besteden aan de natuurlijke en de erfgoedomgeving. Inrichtingen die de leesbaarheid van het landschap verhogen, de visuele aantrekkelijkheid verbeteren en de identiteit van de regio ondersteunen zijn minstens even belangrijk dan de uitbouw van de recreatieve infrastructuur.
Sterker nog, nieuwe recreatieve infrastructuur mag de visuele aantrekkelijkheid van het landschap – waarin gaafheid en authenticiteit een belangrijke rol spelen – niet in het gedrang brengen. Als de belevingswaarde wordt aangetast en de fundamenten van de streekidentiteit onder druk komen te staan, verliest de streek zijn aantrekkelijkheid voor toeristen.


(1) LNV: Nederlands Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

woensdag 6 januari 2010

Landschappelijke kwaliteit van de Vlaamse Ardennen

Kansen voor toerisme en sociale economie

Eind 2009 werd het eerste strategisch beleidsplan voor toerisme en recreatie in de Vlaamse Ardennen voorgesteld. De overkoepelende toeristische organisaties Toerisme Vlaamse Ardennen vzw en Toerisme Oost-Vlaanderen vzw leggen in het plan uit hoe ze de streek toeristisch wensen te ontwikkelen. Uit kwalitatief consumentenonderzoek[1] in opdracht van Toerisme Vlaanderen blijkt dat de aantrekkelijkheid van het Vlaamse Ardennen landschap voor meer dan een kwart van de toeristen een doorslaggevende motivatie is om de regio te bezoeken. Met de slogan ‘Vlaanderens Mooiste landschap’ gooit de toeristische sector haar belangrijkste troeven in de schaal: de Ronde van Vlaanderen – ook wel eens Vlaanderens Mooiste genoemd - en het landschap. Wat moeten we ons echter voorstellen bij een ‘mooi’ landschap en is het landschap in de Vlaamse Ardennen wel zo aantrekkelijk als de toeristen verwachten?

De mythe van de idylle

Het landschap en de natuur in de Vlaamse Ardennen zijn – zonder in detail te treden – zeer waardevol, daar bestaat een consensus over bij recreanten, natuurliefhebbers, toeristen, kunstenaars en landschapsdeskundigen. De streek lokt veel nieuwe inwoners en ‘tweede verblijvers’, mensen die komen genieten van de schoonheid en de rust, die zich een landhuis of boerderij aanschaffen, het transformeren in een hedendaags bouwwerk en zich engageren bij Natuurpunt om dat landschap en de natuur in stand te houden. Een karikatuur, maar ook een pijnlijke realiteit. Het gros van de autochtone Zuid-Oost-Vlamingen ligt niet wakker van de landschappelijke kwaliteit en natuurwaarde.

Is de idyllische voorstelling van ‘Vlaanderens Mooiste landschap’ niet te hoog gegrepen voor de Vlaamse Ardennen? Het landschap is vandaag nog aantrekkelijk voor de toerist, maar hoe zal dat morgen zijn?  Een publiek debat over de noodzaak van landschapszorg en –bescherming is praktisch onbestaande in de regio. Politici nemen te weinig hun verantwoordelijkheid om de ‘open ruimte te vrijwaren’ en na te denken over de concrete invulling van een kwaliteitsvolle omgeving. In het Streekpact 2007-2013 pleit het Streekoverleg[2] voor de ontwikkeling van een zorgregio in Zuid-Oost-Vlaanderen. Naast aandacht voor wooncomfort, toegankelijkheid en geschoold personeel, vereist een zorgregio ook een aangename omgeving waarin men tot rust kan komen. Een aantrekkelijk landschap, een mooi uitzicht, veel groen en gezonde lucht zijn in zo’n verhaal onontbeerlijk.  In het Streekpact wordt in het focuspunt ‘Stadsvernieuwing en relatie tussen stad en platteland’ wel heel kort de ondersteuning van stadsvernieuwingsprojecten en de relatie tussen stad en het platteland aangehaald, maar in de actiepunten ontbreekt elke aandacht voor de bescherming van de landschappelijke kwaliteit van de regio. Landschapszorg en –ontwikkeling leiden echter ook tot meer tewerkstelling.

Ruimtelijke structuur

Vlaanderen werkt al ruim tien jaar aan zijn ruimtelijke planning. Ook de provincies en gemeenten hebben de afgelopen jaren een eigen gedetailleerd plan opgemaakt en een visie ontwikkeld voor de ruimtelijke ordening. Dat was althans de bedoeling. In realiteit blijkt dat sommige gemeenten in Zuid-Oost-Vlaanderen er niet in slagen om hun gemeentelijk ruimtelijk structuurplan te laten goedkeuren door de Vlaamse overheid. Nochtans biedt zo’n plan een houvast om duidelijkheid te scheppen in allerhande zonevreemde situaties. Het reikt een kader aan waarbinnen stedenbouwkundige ingrepen makkelijker kunnen beoordeeld worden en beslissingen kunnen worden genomen omtrent woonuitbreiding of de inrichting van KMO-zones.

De Vlaamse overheid werkt aan een actualisatie en gedeeltelijke herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) tot 2012 en publiceerde een visienota voor een nieuw RSV 2020-2050.  In de geactualiseerde versie zijn geen spectaculaire wijzigingen voorzien, maar wel bevestigingen van wat in 1997 al werd voorgesteld. Samengevat komt het er op neer dat de herziening aan de provincies en gemeenten toelaat om hun planprocessen verder af te werken en de plannen uit te voeren. Een belangrijk aandachtspunt in de geactualiseerde versie is het vrijwaren van de open ruimte voor de essentiële functies ‘wonen’ en ‘landbouw’. Ook de hiaten in de wegeninfrastructuur of de bewuste ‘missing links’ zijn verder uitgewerkt.  In de Vlaamse Ardennen worden de primaire wegen herbevestigd, de N60 als een primaire weg type I en de N42 als een primaire weg type II. Een passage die van belang is voor de verdere realisatie van de omstreden N42[3]: “De planning van lijninfrastructuren moet gebeuren via een gebiedsgericht en geïntegreerd onderzoeks- en overlegproces. Dit onderzoeks- en overlegproces kan leiden tot de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan en zal uiteraard alle regelgeving (ondermeer milieueffecten op planniveau, passende beoordeling, ruimtelijke veiligheid) ter zake moeten implementeren.” Landschappelijke integratie van de lijninfrastructuur komt niet expliciet aan bod, terwijl dit voor een regio als de Vlaamse Ardennen cruciaal is, zeker als men de landschappelijke troeven wil uitspelen in het toerisme en Zuid-Oost-Vlaanderen als een zorgregio wil uitbouwen. 

Ruimtelijke kwaliteit

De hele discussie rond de N42 zou een heel andere dimensie krijgen, mocht terdege belang gehecht worden aan het inpassen van de lijninfrastructuur in het landschapsbeeld. Groep Planning en WES maakten in 2004 in opdracht van het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) een streefbeeld voor de N42. Daarin werd in drie korte paragrafen de ‘landschappelijke inpassing’ besproken. De N42 is echter een project voor de cel infrastructuur van de Vlaamse Bouwmeester. Het resultaat is immers te belangrijk om zonder esthetische overwegingen asfalt te laten gieten van punt A naar punt B. Landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen betekenen een grote meerwaarde bij de realisatie van lijninfrastructuur in waardevolle landschappen. In dit kader verwijzen wij trouwens naar het artikel over het ontwerp van de N80 in Sint-Truiden in vorige editie van Ruimte[4].  Via een open oproep moet heel het traject van de N42 opnieuw in vraag worden gesteld zodat ook de landschappelijke integratie – en niet alleen het effect op het milieu – aan bod komt in het ontwerpend onderzoek.

Dat er in het ruimtelijk structuurplan toch ook een voorzichtige aanzet gegeven wordt voor meer ruimtelijke kwaliteit blijkt uit de aandacht voor ‘stadsvernieuwingsprojecten, leefbare buurten, en de opwaardering van de 19de-eeuwse gordel’. Het bestaande ruimtelijk structuurplan en de geactualiseerde versie bieden wel een kader om het landschap structuur te geven, maar een landschappelijke kwaliteit vraagt echter ook een esthetische benadering van de omgeving met aandacht voor zowel landschapsbescherming als landschappelijke inbedding van de wegeninfrastructuur, KMO-zones en verkavelingen. Groenschermen zijn vaak alleen maar schaamlapjes die de landschappelijke inpassing meer kwaad dan goed doen. Er zijn geïntegreerde landschapsplannen en ontwerpen nodig waarin het landschap multifunctioneel en meerzijdig wordt benaderd. Zowel het esthetische, het ecologische als het erfgoedaspect moeten aan bod komen.

De steden in Zuid-Oost-Vlaanderen laten momenteel kansen liggen om het landschap te laten binnendringen in de stad door bijvoorbeeld beken en rivieren op te waarderen, nieuwe parken aan te leggen en woonprojecten te stimuleren waar groen een belangrijke rol speelt. Ronse heeft de noodzaak aan groene stadsvernieuwingen wel begrepen en toont met het woonproject ‘De Kloef’, recent herdoopt in ‘de stadstuin’, dat het belang hecht aan leefkwaliteit. Op een braakliggend terrein aan de rand van de stad wordt een woonwijk aangelegd waarin een hedendaags landschappelijk park het hart vormt van de wijk en verschillende verblijfsfuncties worden verenigd. De stad bouwt er zowel sociale woningen, als flats, huizen voor tweeverdieners en een hotel voor toeristen. Het feit dat Wirtz International[5] de groene long mag aanleggen, is een duidelijk signaal (meer info www.ronse.be) van de stad.

Een landschapsvisie voor Zuid-Oost-Vlaanderen

In Zuid-Oost-Vlaanderen ontbreekt een grondige discussie omtrent landschappelijke kwaliteit. Het landschap wordt wel opgevoerd als een troef, maar er wordt structureel bijzonder weinig ondernomen om waardevolle landschappen te bewaren of te beschermen. De gemeenten besteden in hun ruimtelijk structuurplan geen concrete of slechts summiere aandacht aan landschapszorg-, -behoud of -ontwikkeling. Nochtans biedt het gemeentelijk structuurplan mogelijkheden om via een RUP waardevolle landschappen te beschermen[6].

Landschap wordt ook te weinig aanzien als een mix van elementen die evolueren in de tijd. Wie landschap zegt, denkt meestal aan een mooi vergezicht, een kronkelende weg of een hoogstamboomgaard, terwijl een landschap evengoed het silhouet van een stad, industriezone of wegeninfrastructuur inhoudt. Als men het landschap belangrijk acht voor het toerisme in de streek, dan bedoelt men in hoofdzaak de vele mooie vergezichten die men echter niet kan isoleren. Wil men streven naar ‘Vlaanderens Mooiste landschap’, zal men er vroeg of laat toch moeten toe komen om een landschapsvisie uit te werken voor heel Zuid-Oost-Vlaanderen. Men zal verder moeten kijken dan zijn blikveld en ook durven dingen in vraag stellen en voorwaarden opleggen bij de bouw van nieuwe infrastructuur. Het landschap heeft zowel een esthetische als een natuurwetenschappelijke, culturele, sociaal-economische als structurerende waarde. Met andere woorden, wil men de kwaliteit van het landschap verbeteren, dan zal men moeten zoeken naar een evenwicht tussen al deze elementen. Men kan wonen en werken niet uitsluiten in het landschap. Het is al evenmin de bedoeling om van de Vlaamse Ardennen een landschappelijk museum te maken. Nieuwe ontwikkelingen zullen zich sowieso voordoen, men kan dus maar beter een visie uitwerken om het op een kwaliteitsvolle en landschappelijk geïntegreerde manier te laten verlopen, te beginnen bij de N42. Het is bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat vandaag in de Vlaamse Ardennen bossen, al zijn het populierenbossen aan de rand van een woon- én natuurgebied, verdwijnen om er een verkaveling - zonder randvoorwaarden - van te maken. In dergelijke gevallen zou de overheid een landschapseffectenstudie en een onderzoek naar de behoefte aan bijkomende woningen moeten eisen vooraleer er vergunningen worden uitgereikt. Het getuigt niet van een kwaliteitsvolle visie als men om het even wat neerzet in het buitengebied, ook al is het in een woonzone.


Wanneer het Streekoverleg werkt aan een ontwikkelingsvisie voor de regio, dan mag men de landschappelijke discussie niet achterwege laten en moet men ook krijtlijnen uittekenen voor een betere ruimtelijke kwaliteit, al was het omdat het kansen biedt voor tewerkstelling. De Vlaamse Ardennen hebben nood aan een goed onderbouwde plattelandsontwikkelingsvisie waarin ook de identiteit van de regio een rol speelt, zonder te vervallen in clichébeelden van windmolens en kapelletjes. Het zou onjuist zijn te beweren dat er geen goede planvoorbeelden bestaan of dat er nog geen acties werden ondernomen om het landschap in de Vlaamse Ardennen te beschermen. Het blijft echter bij geïsoleerde ideeën. Waar Zuid-Oost-Vlaanderen en de Vlaamse Ardennen nood aan hebben is een landschapsvisie en een landschapsplan op een groter schaalniveau dat niet alleen kijkt naar het verleden, maar ook naar de toekomst. Voor het behoud van de landschappelijke kwaliteit in de Vlaamse Ardennen moet de provinciale en lokale overheid verder gaan dan wat vandaag in de ruimtelijke structuurplannen is voorzien. Er moeten randvoorwaarden worden opgelegd, beschermingsmaatregelen uitgevoerd, identiteitsbepalende elementen geïdentificeerd en ondersteund en de landschappelijke inpassing van industriezones en lijninfrastructuur verplicht, ook met terugwerkende kracht. Er blijft natuurlijk het knelpunt van de sanctionering bij verstek. Het is evenwel hoopgevend dat men vanuit verschillende hoeken – ook toerisme - aandacht krijgt voor het landschap en dat er her en der toch schuchtere pogingen ontstaan om zorg te dragen voor ‘Vlaanderens Mooiste landschap’.

 


Aandacht voor landschap in Vlaanderen

Vlaanderen is in beweging. Gespecialiseerde studiebureaus en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) werkten al diverse landinrichtingsplannen uit waarin veel aandacht wordt besteed aan het landschap en waar landschap op een meervoudige manier wordt benaderd, alleen zijn nog maar weinig van deze ontwerpen echt uitgevoerd. De realisatie van dergelijke grote projecten vraagt tientallen jaren. Voorbeeldprojecten zijn onder andere De Merode (www.demerode.be), Parkbos Gent of het Schelde-Landschapspark.

De Vlaamse Landmaatschappij (www.vlm.be) is ook actief in de Vlaamse Ardennen, al gaat het daar vooral om ‘eiland’-projecten. Bij de inrichting van de Gaverse Scheldemeersen werd bijvoorbeeld aandacht besteed aan het authentieke landschap; voor de archeologische site Ename is een inrichtingsplan uitgewerkt voor de onmiddellijke omgeving van de site; de nieuwe ruilverkaveling in Sint-Lievens-Houtem zal niet alleen de structuur van de landbouwpercelen veranderen, maar er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om nieuwe wandel-, fiets- en landbouwwegen aan te leggen, streekgroen aan te planten en kleine landschapselementen te herstellen. In deze context mogen we zeker ook de inspanningen van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen niet vergeten. Zij lanceren tal van kleinschalige projecten om het authentieke Vlaamse Ardennen landschap in ere te herstellen. Ook de inspanningen van het Milieufront Omer Wattez[7] en Natuurpunt vzw dragen bij tot het behoud van het Vlaamse Ardennen landschap.

 



[1] Onderzoek naar het profiel, het gedrag, de motivatie en de bestedingen van de recreatieve verblijfstoerist in de Vlaamse regio’s anno 2005.’ Uitgevoerd door M.A.S. (Market Analysis & Synthesis) in opdracht van Toerisme Vlaanderen.

[2] Streekoverleg Zuid-Oost-Vlaanderen: overlegstructuur onder de paraplu van de vzw Erkend Regionaal Samenwerkingsverband met het Regionaal Economisch Sociaal Overleg Comité (RESOC) en de Sociaal-Economische Raad voor de Regio (SERR) in Zuid-Oost-Vlaanderen. www.streekoverlegzov.be

[3] Het dossier N42 zorgt voor heel wat deining in de regio. In 1994 werd door AWV een vergunning aangevraagd voor de bouw van een brug die noodzakelijk was voor de aanleg van een nieuw tracé door landschappelijk waardevol gebied. De brug kwam er, de weg zelf nog  niet omdat buurtbewoners en een actiecomité zich ertegen verzetten. 

[4] Bart Van Moerkerke (2009), “Een ring is een weg in het landschap,” Ruimte 3-2009.

[5] Belgisch landschapsarchitectenbureau, opgericht door Jacques Wirtz, dat internationale erkenning geniet en wereldwijd tuinen en landschapsparken aanlegt.

[6] Gebieden die aangeduid als ankerplaats (of delen van een ankerplaats) in de landschapsatlas kunnen via RUP herbevestigd worden en het statuut van erfgoedlandschap krijgen. 

[7] Milieufront Omer Wattez (MOW) is een regionale milieuvereniging die handelt in de geest van heimatschrijver Omer Wattez. MOW wil de leefomgeving, met natuurlijke en cultuurhistorische waarden beschermen of herstellen. De vereniging bestrijdt inbreuken tegen de ruimtelijke ordening, natuurbehoud, landschappen en monumenten, vervuiling van waterlopen, bedreigingen van de lucht- of bodemkwaliteit. Info: www.milieufrontomerwattez.be

vrijdag 18 december 2009

11 nieuwe LEADER-projecten in de Vlaamse Ardennen

Op 4 december 2009 werden 11 nieuwe LEADER-plattelandsprojecten erkend, samen goed voor een investering van bijna 1,5 miljoen € in het plattelandsweefsel van de Vlaamse Ardennen. LEADER, wat staat voor 'Liaison Entre Actions de Développement de l’Economie Rurale’, is een Europees subsidiëringsprogramma voor plattelandsontwikkeling. Vrij vertaald betekent het 'samenwerken voor plattelandsontwikkeling'.
De Vlaamse Ardennen zijn voor 6 jaar (2008 – 2013) erkend als LEADER-gebied. In deze periode kunnen jaarlijks plattelandspojecten ingediend worden die tot 65% cofinanciering kunnen ontvangen van het Provinciebestuur, het Vlaamse Gewest en de Europese Unie.

De aanpak van LEADER verschilt van andere Europese programma’s omdat de ingediende projecten beoordeeld worden door een team van plaatselijke ‘streekspecialisten’. Europa laat het dus aan de Vlaamse Ardennen zelf over. In onze Plaatselijke Groep (PG) zetelen 28 geëngageerde mensen uit zowel de publieke als private sector.

De 11 goedgekeurde projecten zijn:

1. Arpia - kunsten met landschappen
Promotor: Vzw Arpia, Herzele
Arpia is een kunstenproject met als filosofie een verbond tussen kunst(vormen) en landschap(svormen), dat voortvloeit uit de fundamentele samenhang van mens en natuur.
De rode draad wordt gevormd door een permanent toegankelijk en evoluerend Land Art traject dat jaar na jaar verrijkt wordt met nieuwe kunstwerken, waarbij de waarneming van de kunstwerken de beleving van het landschap versterkt. Ze gaan op in het ritme van de seizoenen en bestaan hoofdzakelijk uit ecologische materialen.
Het project bestaat verder uit een kaderprogramma waarin van juni tot september jaarlijks diverse artistieke disciplines én niet-artistieke domeinen (landschapsonderzoek, lokale context, …) aan bod komen. (www.artscapes.be)

2. Vlaamse Ardennen topregio consumptieaardappelen
Promotor: Interprovinciaal Proefcentrum voor Aardappelteelt, Kruishoutem
De Vlaamse Ardennen heeft een zeer lange traditie van aardappelteelt. De intensieve aardappelteelt heeft geleid tot aardappelmoeheid op veel bedrijven met een verminderde concurrentiekracht als gevolg. Het PCA zal 40 bedrijven begeleiden in het nemen van economisch en ecologisch verantwoorde maatregelen tegen aardappelmoeheid. Op basis van bemonstering en advisering over de mogelijke maatregelen krijgen de bedrijven een veel beter inzicht in de situatie en mogelijkheden op hun eigen bedrijf.

3. Boerderij-ontmoetingen in 4 seizoenen
Promotor: Vzw Papaver, Sint-Lievens-Esse (Herzele)
Papaver vzw ontwikkelt, samen met lokale partners, activiteiten voor kinderen, jongeren en volwassenen. Deze vzw is gegroeid uit bio-boerderij De Kollebloem, tevens de locatie van het project. Met dit project wil Papaver voldoen aan de lokale vraag naar activiteiten rond de thema's boerderijleven, natuureducatie, voeding, noord-zuid en seizoens- en natuurbeleving. Speciale aandacht gaat naar kansarmen.

4. Eéndagszorgtoerisme voor bijzondere doelgroepen
Promotor: De Kleppe vzw, Everbeek (Brakel)
Sociaal zorgtoerisme voorziet voor mensen met sociale, fysieke en mentale beperkingen in een recreatief aanbod waarin de zorgcomponent sterk aanwezig is. Met dit project “ééndagszorgtoerisme voor bijzondere doelgroepen_ wordt in het hart van de Vlaamse Ardennen een vernieuwend initiatief toegevoegd aan het toerismeaanbod in de regio. Het project richt zich op groeps- en individueel toerisme en biedt faciliteiten inzake toegankelijkheid en zorg ter ondersteuning van mensen met specifieke noden. De boerderij en de omgang met dieren staan centraal in de activiteiten, die aangeboden worden in de vorm van een belevingsdag en een belevingspad.(www.dekleppe.be)

5. Dorpstheater ’t Hoefijzer
Promotor: Gemeentebestuur Herzele
Bewust gesteld tegenover een 'stadstheater' wil dit dorpstheater in de traditie van vroegere dorpstheaters en -cinema's een concrete en laagdrempelige betekenis geven aan 'cultuur op het platteland'. Het authentieke gebouw/annex zaaltje wordt aangepast aan hedendaagse noden. Samen met lokale verenigingen, het dienstencentrum en de Steenoven wordt er een divers en toegankelijk aanbod uitgewerkt aan dagactiviteiten en avondvoorstellingen, waarbij er voorrang gegeven wordt aan lokale en specifieke doelgroepen en actoren zowel wat betreft publiek als qua invulling. De ontmoetingsfunctie van café en feestzaal blijft behouden en de ruimtes op de verdieping worden ingericht als vergaderruimtes.

6. Een verhaal langs een stroom
Promotor: Stad Oudenaarde
Toerisme Oudenaarde zal een landelijke, toeristische route in de scheldevallei, grondgebied Oudenaarde en Zwalm, uitwerken met een permanente fiets- en wandelroute en een occasionele bootroute. Doelstelling is zowel de historische kernen als de natuurlijke en landelijke gebieden rond de Schelde aan elkaar te linken en (historisch) te duiden. Dit laatste gebeurt dmv infoborden en GPS-technologie. Daarnaast is het de bedoeling het parcours van infrastructuur te voorzien en de staat van de voet- en fietspaden te optimaliseren.

7. Kenniscirkels erosie: fase II
Promotor: Steunpunt Erosie (Provinciebestuur Oost-Vlaanderen)
Uitgaande van de resultaten van bevraging bij landbouwers en gemeentebesturen worden kansen, pijnpunten en mogelijke verbeteracties m.b.t. erosiebestrijding binnen het gebied aangepakt via het concept van kenniscirkels. Via bottom-up aanpak wordt gewerkt aan concrete afspraken m.b.t. een duurzame aanpak van erosie. Door uitwisseling van praktische kennis en visie binnen én tussen kenniscirkels kunnen nieuwe ideeën ontstaan. Door het overleg tussen landbouwers onderling en met de gemeentebesturen kunnen er ook nieuwe initiatieven, samenwerkingsverbanden, agrarische verenigingen of lokale machineringen ontstaan

8. Volkegem vernieuwt & Kerselare verbindt
Promotor: Stad Oudenaarde
Bodemerosie is een groot probleem in de Vlaamse Ardennen. Ook de begraafplaats van Volkegem ondervindt schade van bodemerosie. Door de specifieke ligging is er bij neerslag een natuurlijk grondverzet waardoor de graven onderspoelen. Ook de trage wegen errond spoelen uit en kunnen amper nog gebruikt worden. Dit project pakt deze problematiek zodanig aan dat het als voorbeeld kan dienen voor andere erosiegevoelige gemeenten.


9. Natuurbeleving met ouderen op het platteland
Promotor: Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen
In 5 rusthuizen in de Vlaamse Ardennen organiseren RLVA en Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender natuurbelevingsactiviteiten met ouderen. Herinneringen ophalen (reminisceren) staat daarbij centraal. Deze herinneringen worden verwerkt tot een publicatie. Aan het einde worden 12-jarigen betrokken om de ouderen te helpen en samen te leren. Het begeleidend personeel krijgt tijdens het project vorming en middelen (startpakket voor natuurbelevingskoffer). Parallel wordt de natuurbelevingstuin voor ouderen bij Huize Roborst als proefproject mee ondersteund.

10. Onderbescherming Zuid-Oost-Vlaanderen
Promotor: Samenlevingsopbouw Oost-Vlaanderen
Bepaalde rechthebbenden op maatschappelijke dienstverlening (OCMW-aanbod) krijgen om diverse redenen deze steun niet. Dit is onderbescherming en manifesteert zich sterk op het platteland. Project Onderbescherming Zuid-Oost-Vlaanderen speelt hierop in. In 4 gemeentes zoeken rechthebbenden, OCMW's, CAW’s, … drempels die onderbescherming in de hand werken. In dialoog komen ze tot een actieplan en realiseren in een volgende stap een verbeteractie.

11. Rusthuis, Buurthuis!
Promotor: OCMW Erpe-Mere
Dit project koppelt de uitbouw van sociale tewerkstelling aan een bijkomende buurtgerichte sociale dienstverlening: het biedt ondersteuning aan 3 (private) rusthuizen in Erpe-Mere die zich bereid verklaren om binnen hun voorziening een sociaal restaurant te openen en senioren en kansarmen uit de buurt de mogelijkheid te bieden om er een warm middagmaal te nuttigen. Het project voorziet tevens in een ophaaldienst waarbij ook bejaarden, die meer geïsoleerd wonen en zelf niet over vervoer beschikken, thuis opgehaald kunnen worden. Er zal bovendien de mogelijkheid worden geboden om na het middagmaal nog een ontspannings- en/of vormingsactiviteit bij te wonen.

Meer info: Rein Dessers, Coördinator Leader Vlaamse Ardennen
0032 486/37 93 84, www.leadervlaamseardennen.be

donderdag 3 december 2009

Grootse plannen voor het toerisme in de Vlaamse Ardennen


Dinsdag 1 december werd door de provinciale en regionale toeristische diensten het eerste strategisch beleidsplan voor toerisme en recreatie in de Vlaamse Ardennen voorgesteld. Eddy Couckuyt (CD&V), gedeputeerde voor toerisme en voorzitter van Toerisme Oost-Vlaanderen vzw, lichtte het plan en de doelstellingen toe.

Toerisme Oost-Vlaanderen stelt voor elke Oost-Vlaamse toeristische regio een beleidsplan op. Dit plan voor de Vlaamse Ardennen, waar 17 steden en gemeenten toe behoren, zou een inspiratiebron moeten zijn voor iedereen die de komende jaren toeristisch-recreatieve initiatieven neemt in of voor de regio. De bedoeling is dat de Vlaamse Ardennen op middellange termijn een performante en volwaardige toeristische regio worden die kan concurreren met andere grote toeristische regio’s in Vlaanderen. Voorwaarde is wel dat de initiatieven op een kwaliteitsvolle en duurzame manier worden ingevuld.

Eddy Couckuyt: “De regio geniet een aanzienlijke naambekendheid en oefent met zijn unieke, heuvelachtig landschap een grote aantrekkingskracht uit op diverse doelgroepen. Door de aanwezigheid van talrijke bossen en waardevolle natuurgebieden zijn de Vlaamse Ardennen erg geliefd bij de wandelaar. Anderzijds zorgt de link met de Ronde van Vlaanderen ook voor heel wat wielertoeristen en fietsrecreanten. Helaas kampen de Vlaamse Ardennen ook met een aantal problemen. Een gebrek aan duidelijke profilering bijvoorbeeld en de hantering van verschillende gebiedsafbakeningen...De groeiende vraag naar recreatief medegebruik bedreigt de draagkracht van kwetsbare gebieden en de troeven van het landschap. Op het vlak van kwaliteit van onthaal, logies en routes scoort de regio minder goed dan andere Vlaamse regio's.”

In het strategisch plan werd een analyse gemaakt van alle troeven, maar ook van alle knelpunten. De toeristische instanties zijn zich terdege bewust van de problemen en reiken in dit plan dan ook structurele oplossingen aan. Eddy Couckuyt: “Prioritair moet werk gemaakt worden van een duidelijke toeristisch-recreatieve profilering, een kwaliteitsvol toeristisch en recreatief product en onthaal, een doorgedreven samenwerking en professionalisering van de toeristische sector, een eensgezinde communicatie en meer aandacht voor het verblijfstoerisme en horecaontsluiting. Vanuit de basisprofilering worden twee belangrijke toeristische productlijnen naar voren geschoven: enerzijds het typische Ronde-toerisme, anderzijds een meer algemeen landschapstoerisme waarin beleving en ontdekking van het landschap centraal staat.”

Katia Versieck, afdelingsmanager Toerisme Oost-Vlaanderen, vat het plan samen in enkele strategische keuzes: “Het mooie en uitdagende landschap waarin de Ronde van Vlaanderen wordt gereden werd weerhouden als uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het toerisme in de regio. De baseline ‘Vlaanderens Mooiste landschap’ verwoordt perfect het evenwicht tussen deze twee productlijnen. Ze hebben elk een eigen invalshoek maar zijn beiden gericht op eenzelfde type reiziger, met name de actieve zinzoeker of de onafhankelijke ontdekker. De waarden die worden uitgedragen zijn schoonheid en mythe, avontuur en beleving, uitdaging en emotie, kicks en voldoening.”

Wim Haesebeyt, regiocoördinator Toerisme Vlaamse Ardennen vzw, stelde aan de sector ook een richtinggevend actieplan voor. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds hefboomprojecten en anderzijds projecten met variërende prioriteit.

Wim Haesebeyt: “Het landschap maakt van de Vlaamse Ardennen een aantrekkelijke wandelregio. De ontwikkeling van een eerste wandelknooppuntennetwerk is daarom met stip aangeduid als een belangrijk hefboomproject en is al in volle ontwikkeling. Niet alleen wandelnetwerken maar ook doorgaande langeafstandswandelroutes kunnen het wandeltoerisme en het verblijfstoerisme ondersteunen. In het kader van Leader Vlaamse Ardennen werd recent de 157 km lange Streek-GR Vlaamse Ardennen ontwikkeld en werden thematische wandelarrangementen uitgewerkt. Met een 10-tal wandelbomen zal in 2010 de Streek-GR Vlaamse Ardennen volledig zijn afgewerkt. De heruitgave van de taalgrenswandelroutes, het verder optimaliseren van het wandelproduct met bijkomende randinfrastructuur, het ontwikkelen van thematische wandeltochten langs het netwerk, Groene Halte en digitale wandelroutes zijn andere acties die het wandelproduct in de Vlaamse Ardennen zullen optimaliseren. Om het verblijfstoerisme te stimuleren is een goede begeleiding en samenwerking met de logiessector nodig. We streven naar een kwaliteitsvol en kleinschalig logiesaanbod, naar eigentijds en fiets- en wandelvriendelijk campingtoerisme en naar een kwalitatief aanbod voor kleine groepen.”

Naast het traditionele fietstoerisme voor de recreant biedt de Vlaamse Ardennen ook een uniek fietsproduct aan dat alleen in de Vlaamse Ardennen kan beleefd worden, namelijk een (her)beleven van de Ronde. Wim Haesebeyt: “Het Rondetoerisme focust op de toerist die belang hecht aan uitdaging, het verleggen van grenzen, het imiteren van fietshelden of de toerist die op zoek gaat naar Rondefeiten. Het fenomeen van de wielerwedstrijden in de regio, en meer bepaald de Ronde, zal aangewend worden om toeristische producten uit te werken die gedurende een heel jaar kunnen beleefd worden. Dit gebeurt in nauw overleg met het Centrum Ronde van Vlaanderen. Het verder optimaliseren en uitbouwen van de 250 km lange Ronde van Vlaanderen-fietsroute vormt een voortdurende uitdaging.”

Het strategisch en globaal actieplan bevat voor elk facet van het toerisme nieuwe uitdagingen. Uiteraard komen ook kunst, cultuur en erfgoed ruimschoots aan bod. De rode draad wordt gevormd door het landschap: kunst in het landschap, erfgoed in het landschat en de steden en dorpjes als bakens in het landschap.

Het belangrijkste aandachtspunt in het plan is zonder twijfel de ontwikkeling van een integraal kwaliteitszorgsysteem. Een eerste stap wordt gezet met het uitwerken van een kwaliteitsbehoudsysteem voor de recreatieve routes. Wim Haesebeyt: “Er wordt gestreefd naar een perfecte bewegwijzering en goede weginfrastructuur. Het mag duidelijk zijn dat hiervoor moet samengewerkt worden met verschillende instanties.”

Chris De Smedt

donderdag 26 februari 2009

Big Band 86 concerteert in Geraardsbergen

Stomend, dynamisch en bijzonder gesmaakt
Big Band 86 o.l.v. Marc Godfroid concerteert tweemaandelijks in Café De Eendracht in Geraardsbergen. Wat ooit begon als een huisconcert van vrienden die houden van jazz en big bandmuziek, is uitgegroeid tot een bijzonder kwaliteitsvol en gesmaakt concert in een nokvol café. De jazzliefhebbers komen van ver (Vilvoorde bijvoorbeeld) om de concerten mee te maken. Donderdag 26 februari speelde Big Band 86 hun 74ste concert met muziek van Gordon Goodwin. Het was een avond op topniveau. Vijf jaar geleden schreef ik in het regiomagazine VAriant een artikel over de band, toen was de band nog onbekend en onbemind. Wat ik vreesde is uitgekomen. Ik hoopte in stilte dat het mijn geheim zou blijven, deze geweldige huisconcerten in een ongedwongen sfeer, met echte supporters die onvoorwaardelijk trouw waren aan de band en alle (zeldzame) minder juiste noten met de mantel der liefde toedekten. De legendarische concerten van Big Band 86 zijn ontdekt. Dit is de laatste keer dat ik erover schrijf, want wie weet raak ik volgend concert niet verder dan de dorpel van het café.
Meer info over Big Band 86 op www.jazzinbelgium.com/band/big-band-86.